Alle dieren zijn gelijk-348 --- 25 mei 2013

Naar de wijze van Berend Botje

 

Fraudefransje ging uit varen

met een scheepje vol Bulgaren.

De weg was rechts;de weg was krom –

en toch kwam Fraudefransje weerom!

 

Een, twee, drie, vier vijf, zes, zeven –

waar is al dat geld gebleven?

Het is niet hier; het is nu daar:

feest voor menige Bulgaar!.

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-347 --- 24 mei 2013                                                            

 

Waarde heer van Kampen,

Van de voorzitter van de raad van toezicht van de stichting Groninger Forum ontving ik een uitnodiging het afscheid van u bij te wonen.  Ik heb hem meegedeeld om mij moverende reden daarbij niet aanwezig te zijn en een op mij passende wijze afscheid van u te willen nemen. Aldus geschiedt.

 

Wij hebben elkaar de afgelopen jaren meerdere malen gegroet maar slechts één enkele keer gesproken. Aangezien het laatste zich niet zal herhalen, heb ik geen behoefte u slechts te begroeten op een afscheidsbijeenkomst. Ook al is het beleefdheidshalve: men moet contact niet overdrijven.

 

Niettemin wil ik wel enige aandacht aan uw afscheid wijden. Uit de schaarse gelegenheden waarbij ik u trof, maakte u op mij een aardige, enthousiaste en intelligente indruk. Aan zulke innemende eigenschappen kan iemands vertrek niet geweten worden. U bent, is mijn indruk, gedwongen te vertrekken.

 

Uw vertrek is het onvermijdelijk gevolg van politiek falen en bestuurlijk wanbeleid. Het valt u te prijzen dat u het zo lang heeft volgehouden; ik schrijf dat toe aan uw vaste wil van het Groninger Forum nog iets te maken toen bestuurders tegen beter weten in voortgingen.

U herinnert zich misschien nog dat ik in januari 2010 in het Dagblad van het Noorden opriep met de plannen te stoppen. Ik heb daarover twee keer met de toenmalig verantwoordelijke wethouder gesproken die mijn argumenten daarvoor niet kon weerleggen. Op m’n weblog  -m’n schuttersputje in de openbare ruimte-  heb ik daarna nog een aantal malen aan het Groninger Forum aandacht besteed maar na de dwaling van Provinciale Staten om te subsidiëren, ben ik daarmee gestopt. Tot recentelijk: toen in de pers berichten verschenen over grote problemen. Die bevestigen mijn oordeel en voorspelling van ruim drie jaar geleden nu al in belangrijke mate.

 

Het jammerlijke is dat uw vertrek geen problemen oplost, alleen maar accentueert. Het valt u niet te verwijten maar wel onze bestuurderen dat het cultuurbeleid is verloederd en de planologische ingreep aan de Grote Markt in gevaar lijkt. Ik had hen graag op de Zuidpool gezien nu u voor Zuid-Afrika kiest. Helaas, alleen moet gezegd wordt dat uw toekomst rooskleuriger is dan de hunne en u daar meer bijdraagt aan de oplossing van een lokaal probleem dan zij hier.

Ik wens u voorspoed toe bij deze overstap!

 

U met uw voorliefde voor de moderne media zult billijken dat ik deze brief op m’n weblog  plaats.     

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-346 --- 11 mei 2013

In de NRC (van vandaag) staat een aflevering van de wekelijkse rubriek Haagse invloeden  onder de titel Diploma-PvdA en fraude-VVD als onheilspellende voortekenen een analyse van de gevaren voor beide partijen als ze niet bewuster omgaan met wat een belangrijk deel van hun achterbannen bezielt.

Heel vaak schrijf ik niet op m’n weblog over wat ik tijdens ontmoetingen hoor en vertel maar in dit geval wel omdat ik met de columnist Tom-Jan Meeus in gesprek raakte tijdens de PvdA-bijeenkomst in Groningen met Samsom over de strafbaarstelling van illegalen.

Ik schrijf er nu wel over omdat Meeus me in zijn artikel aanhaalt om één kant van een medaille te laten zien waaraan hij de andere kant toevoegt die in dat gesprek niet aan de orde kwam. Met die andere kant  wordt pas duidelijk dat er niet alleen een probleem voor de PvdA is waarover ik sprak maar dat er een gezamenlijke probleem voor de PvdA en de VVD is: dat zij zich te zeer verwijderen van hun natuurlijke achterbannen als zij de gevolgen van de crisis negeren enerzijds en anderzijds het frauderen met toeslagen bagatelliseren.

Wat ik ook noemde maar wat niet expliciet in het betoog voorkomt is dat  het echte vraagstuk voor de sociaal-democratie is dat ze zich niet  krachtig afzet tegen het maffiose kapitalisme en dat ze zich integendeel sterk laat leiden dor het neo-liberalisme - wat vanzelfsprekend samenhang met de omstandigheid dat men zich niet meer vereenzelvigt met de slachtoffers van de crisis. Het Van waarde-project van de Wiardi Beckman Stichting onderschat dit aspect en schiet tekort op het punt van een economische analyse.

Wat de VVD betreft is de conclusie van Bas Heyne (in dezelfde NRC) interessant: ’Blijft Weekers zitten, dan tekent dit kabinet zijn eigen doodvonnis.’ Zo ver ging Meeus net niet. 

 

Alle dieren zijn gelijk-345 --- 6 mei 2013

Dat een Russische asielzoeker in ons land door bureaucratische onvolkomenheden tot zelfmoord wordt gedreven leidt niet tot het vertrek van de verantwoordelijke staatssecretaris. In het openbare debat is deze politicus veroordeeld maar de politieke machtsverhoudingen redden hem. De man blijft bungelen en er hoeft maar weinig te gebeuren, of hij verdwijnt.

Het is evenmin verheffend dat de staatssecretaris van financiën van fraude van toeslagen niet hoogte was. Dat gold ook voor de staatssecretaris verantwoordelijk voor het spoor bij wie de communicatie met de ambtenaren evenmin deugde. De staatssecretaris van economische zaken vertrok terwijl de aanleiding daarvan een bagatel was in vergelijking met de twee die aanbleven en de derde wiens politieke leven aan een draadje hangt.

Aan deze zaken zijn nobele woorden besteed die sterk contrasteren met het cynisme dat ingebakken zit in een regeringsakkoord dat op uitruil van belangen is gebaseerd. Als je de strafbaarstelling van uitgeprocedeerde asielzoekers aanvaardt omdat er wat anders tegenover staat en niet tot een ethische beoordeling in staat bent of wilt zijn, dan is er veel voor te zeggen om machiavellistisch te oordelen in het vervolg. Mijn advies aan Samson is derhalve om af te ruilen met Rutte: de PvdA houdt de staatssecretaris van financiën in de benen in ruil voor niet strafbaarstelling van uitgeprocedeerde asielzoekers. Voor wat hoort wat.

 

In de televisie-uitzending Zembla waren Breda en Almere de voorbeelden  aan de hand waarvan de leegstand van bedrijfspanden werd verklaard. Gemeenten speelden in de carrousel van gelukzoekers op de vastgoedmarkt een belangrijke rol. Met hun grondbedrijven ging het riant tot de financiële crisis uitbrak en er afgeboekt moet worden op verworven gronden. Die afboeking wordt nu afgewenteld. Sociale, culturele en welzijnsvoorzieningen leggen het loodje. Dat wil zeggen: de burgers worden gedupeerd.

Zo’n programma is gebaseerd op onderzoek en interviews spelen een belangrijke rol in de verslaggeving. Het is opvallend - als bij De slag om Nederland -  hoe bestuurders zich gedragen. Slechts een enkeling trekt het boetekleed aan. De meeste willen niet reageren, laten woordvoerders spreken van wie het gestuntel bijna deerniswekkend is. Veel bestuurders en hun papegaaien zijn niet schuldig aan de crisis maar ze zijn wel verantwoordelijk voor de (aanpak van de) gevolgen. Het ontlopen van die verantwoordelijkheid lijkt hun eerste bestuurlijke taak te zijn.

 

Alle dieren zijn gelijk-344 --- 27 april 2013

Op het vertrek van burgemeester Rehwinkel van Groningen is hij niet alleen aan te spreken.

De bestuurders die hem destijds hebben gekozen blijven echter wel buiten schot. Het is en blijft raar dat de media hem alleen afstraffen.

Na alle publiciteit over de tramplannen, het Groninger Museum en het Groninger Forum kan het negatieve nieuws over de burgemeester er nog wel bij. En dat gebeurt op een moment dat de gemeente opnieuw financiële ellende meldt.

Er is alle reden langzamerhand om van een bestuurscrisis in Groningen te spreken. Het gezag van het college van B en W is ernstig aangetast, de financiële toestand is schrikbarend en de gemeentelijke organisatie desintegreert. Het grootste manco is dat een visie op de positie van de stad ontbreekt, zowel economisch, sociaal als cultureel. Er is geen kader voor het begrotingsbeleid. De samenhang van bezuinigingen en investeringen ontbreekt. Daarzonder hangt de ambtelijke organisatie in de lucht waarbij zich de onthoofding van de gemeentelijke diensten en de opheffing van het algemeen managementteam wreekt.

Deels kan het rijksbeleid ter verontschuldiging aangevoerd worden, maar de crisissituatie is grotendeels aan het gemeentebestuur zelf te wijten.

 

In de Volkskrant lees ik dat voorzitter van de club van directeuren van woningcorporaties   zich verzet tegen de plannen van de minister met hun salaris. Procedurele en juridische bezwaren hebben de overhand. Geen woord over wat een billijke beloning is, billijk in relatie tot wat bijvoorbeeld ambtenaren en onderwijsgevenden verdienen. Waarom zouden we de ambtelijke  en/of onderwijssalarisschalen niet op de semi-publieke sector gaan toepassen. Het is overzichtelijk, ongetwijfeld goedkoper en billijker.

 

Ben ik koningsgezind? Ik noem me met Hofland Beatrixist en hoop dat het ook Willem Alexandrist wordt. Met de aandacht voor de abdicatie en de kroning heb ik het al gehad voor de feestelijkheden begonnen zijn, dat wel.

 

        

            

 

 

Alle dieren zijn gelijk 343 --- 26 april 2013

Minister Bussemaker van onderwijs wil het toezicht op de besturen van onderwijsinstellingen aanscherpen. Het lijkt erop dat ze het wanbeheer van een aantal instellingen als incidenten beschouwt. Als je deze incidenten vergelijkt met de incidenten – ja, ja, het woord incidenten komt steeds terug – in de zorg- en welzijnssector en de corporaties dan ligt het voor de hand over een structureel probleem te spreken. Toen deze instituties niet op afstand van de overheid waren geplaatst kwamen die incidenten nauwelijks voor. Dus wat ligt er meer voor de hand om ze weer publiek te maken, rechtstreeks onderworpen aan de politiek. Al die betogen over efficiency en effectiviteit die tot verzelfstandiging noodzaakten, zijn gelogenstraft door de praktijk.

 

Een paar partijgenoten  gebruikten het woord principes op een wel heel bijzondere manier. Illegalen strafrechterlijk vervolgen was principieel niet te verantwoorden. Ik begrijp niet waarom dat niet geldt voor de instellingen die ik hierboven noemde. Moeten we die op pragmatische gronden veroordelen?

 

Wie zaten er  in de vertrouwenscommissie die destijds de burgemeester van Groningen voordroegen? Stappen die nu ook op?

 

Het afruilen van belangen bij de formatie van het huidige Kabinet van VVD en PvdA gaat verder met het afruilen van belangen tussen regerings- en oppositiepartijen. Het heeft het voordeel van het afzwakken van hard beleid en het nadeel van vertraging. De regering zoekt ook steun buiten het parlement bij bijv. de sociale partners in de veronderstelling dat de oppositie zich niet durft te verzetten tegen hen. De uitvoering van de ww wordt weer een zaak van de sociale partners. Welke ramp de uitvoering van de sociale zekerheid door de sociale partners heeft opgeleverd,  heeft de commissie-Buurmeijer destijds aangetoond. Afruil levert in dit geval dus extra nadeel op.

 

Het bestuur van Biblionet dat verantwoordelijk is voor de bibliotheken in stad en ommeland maakt geen bezwaar tegen de inhoudelijke plannen van het Groninger Forum (wat die ook mogen zijn kennelijk) maar wel tegen de organisatorische inbedding. Het Forum wordt dus nu weer geteisterd door een institutionele oorlog; op de bioscoop Images werd een overwinning behaald; de statuten van Biblionet garanderen echter een langdurig gevecht. Wie vindt de kluts want die is het stadsbestuur kwijt.          

 

Alle dieren zijn gelijk-342 --- 23 april 2013

Dat ik enthousiast ben over de biografie van Ab Visser van de hand van Michiel van Diggelen (een uitgave van Passage) heeft ook te maken met chauvinisme. Ab Visser werd in Groningen geboren en bracht er zijn jeugd door; daarna vertrok hij naar Amsterdam maar ook daar zat hij nog tussen oud-Groninger schrijvers. Daarbij komt dat een deel van zijn werk in Groningen en omgeving is gesitueerd.

Het werk van Visser ken ik niet; ik heb maar één boek van hem De erfenis en ik herinner me niet het ooit gelezen te hebben. Toen ik oog kreeg voor de literatuur, las ik Du Perron en ter Braak, Slauerhoff, Marsman en Vestdijk daarbij gestimuleerd door een oudere vriend en vervolgens namen Hermans, van het Reve en J.B.Charles me in beslag. Visser zat daar wat z’n werk en leeftijd betreft tussenin, lag buiten m’n blikveld en heb ik overgeslagen. Hij drong niet tot mij door al publiceerde hij veel. Ik weet trouwens niet of hij met z’n Protestantse achtergrond, waarvan ik in die tijd afscheid had genomen bij me in de smaak zou zijn gevallen.

Niettemin is de biografie een interessant boek dat meer opvalt door een schrijversbestaan dan door het literaire werk. Visser worstelde met z’n geloof en werd gekweld door een seksueel mankementje dat hem in z’n liefdesleven in de weg stond en later door de ziekte van Bechterew, een barre kwaal waartegen hij zich met een geweldige vitaliteit te weer stelde. Dat gevoegd bij de wil om te schrijven en daarmee de kost te verdienen levert een levensverhaal met veel ups en downs. Hij leefde vaak in uitersten.

De biografie levert ook een mooi tijdsbeeld van het literaire leven in Groningen maar vooral in Amsterdam in de brave jaren vijftig en zestig waarin Visser een kleurrijke figuur was in een min of meer eigen kring van vrienden en vriendinnen. Hij viel ook een beetje uit de toon door zijn vele reizen buitenslands.

Van Diggelen beschikte over een overvloed aan materiaal en kon daardoor tot in detail het kleurrijke leven van Visser volgen; bovendien schrijft hij toegankelijk. Vissers vitaliteit -goed gedocumenteerd - sleepte me mee. 

 

Een paar lezers van mijn roman Hongerige Wolf maakten me opmerkzaam op de slechte correctie. Van de twee bestanden die er waren, is de slechtst gecorrigeerde gedrukt. Hoe dat is gebeurd, is me een raadsel maar ik ben er wel verantwoordelijk voor. Waarvan acte. Overigens: het boek is bijna uitverkocht.        

 

Alle dieren zijn gelijk-341 --- 21 april 2013

 

Es leben zwei Seelen in meiner Brust …

 

Staatssecretaris Teeven had natuurlijk uit zichzelf moeten opstappen. Wanneer de overheid alle regels overtreedt, past dat bij de verantwoordelijkheid van een bestuurder. Hij overschatte zijn kwaliteit en viel door de mand: hij had op het dossier-Dolmatov veel gestudeerd maar er uiteindelijk niets van geleerd.

 

Aan de Kamer dus het laatste woord; de staatssecretaris mocht ten slotte aanblijven. Dat hij van zijn eigen partij de VVD en de PVV steun kreeg, was te verwachten. Maar van de Partij van de Arbeid? En dan ook nog in die combinatie?

 

De PvdA werd voor een dilemma geplaatst waar ze liever onderuit gekomen was. De hele Kamerfractie weet dat het Van waarde-project in korte tijd toetssteen is geworden en dat aan de ethische ambitie ervan niet werd voldaan door steun aan Teeven te geven. Het congres van de PvdA volgende week zal de resolutie over het project aannemen en de fractie ontkomt niet aan een  confrontatie met de leden.

 

Een botsing met de machtsdenkers ligt voor de hand. De fractie zal zeer omfloerst eerst betogen dat de staatssecretaris zo door het stof is gegaan dat hij er politiek niet meer toe doet – en nog omfloerster hoe mooi het is om een tegenstander te dwingen z’n beleid aan te passen. Vervolgens zal zij aanvoeren dat de coalitie niet in gevaar moet worden gebracht, dat deze Kabinetsperiode vol gemaakt moet worden op straffe van onmiddellijk zetelverlies bij vervroegde verkiezingen met geen of een ondergeschiktere rol bij een nieuwe Kabinetsformatie. Samengevat dat de partij op wat zij wil op langere termijn veel zal moeten inleveren.

 

Je verlies neem je dus direct; je winst incasseer je later (hoop je). Zo zal de afweging zijn.

 

Bevredigend? Zie de aanhef …

 

 

 

Zwei Seelen in einer Brust

 

 

 

Ik weet niet wie het meeste te verachten:

 

de held in ’t diepst van mijn gedachten

 

of toch de lafbek die het loodje legt

 

nog voor het einde van ’t gevecht?

 

 

 

Ik zou me beter kunnen lijden

 

na een knock out van beiden!

 

Maar juist de combinatie van die twee

 

verpest zoveel. Daar zit ik mee!

 

 

 

Steeds loopt de een tegen de ander op

 

maar geen van tweeën dondert op:

 

de lafbek die de held bedreigt

 

en omgekeerd en bij herhaling: zo blijft

 

het tobben tot het bitt’re end.

 

 

 

Ik ben niet met mezelf verwend!

 

   

 

(1991)

 

 

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-340 --- 17 april 2013

Ik ben weer even helemaal met Groningen bezig.

Het begon met de inleiding en presentatie van drie documentaires uitgebracht door het Oorlog en Verzetscentrum Groningen. Ik zag er twee van, die elk op hun  eigen manier indruk maakten.

De eerste over de bevrijding van Bourtange in april 1945 door Poolse strijdkrachten was vooral schrijnend omdat de Polen die na de oorlog terugkeerden naar hun vaderland door het communistische regime als landverraders werden gezien. De geïnterviewde Pool  die in Nederland bleef om zijn Nederlandse geliefde kon pas na de Wende voet op Poolse bodem zetten.

De tweede documentaire was ontroerend omdat een nog in leven zijnde Canadese soldaat zijn broer, die in Groningen bij de bevrijding aan de Paterswoldseweg om het leven kwam, in herinnering bracht en onopgesmukt hun beider levensgeschiedenis ophaalde. Vooral de passages waarin hij uit bewaard gebleven brieven citeerde waren indrukwekkend.

 

Daarna verscheen er in de luxe bijlage van de NRC een interview met Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum, die z´n Veendamse wortels noemde en in niet mis te verstane woorden de Amsterdamse elite afserveerde. Wat interessanter was overigens, was dat hij Alain de Bottons opvatting over wat een museum moest zijn, deelde. Die werden uiteengezet in een apart artikel waarin de Botton uiteenzette dat kunstwerken gepresenteerd moesten worden volgens ´de noden van de ziel´. Hij verduidelijkte dat door de teksten te leveren hoe je een schilderij wel en niet moet presenteren om mensen aan te spreken. Ik dacht daarbij aan de tentoonstelling Vrouwen van de revolutie in het Groninger Museum waar je in het ongewisse blijft wat de schilderessen bezielde en ik me niet aangesproken voelde.

 

Ik kwam eindelijk toe aan de biografie over de in Groningen geboren en deels getogen Ab Visser van de hand van van Diggelen, een uitgave van Passage. Ondanks dat Visser een vrijwel vergeten dichter en schrijver is, is het beeld van Groningen uit het begin van de vorige eeuw toch wel een beetje een feest der herkenning. Ik ben nog niet zo ver om te beoordelen of leven en werk van Visser belangrijker zijn dan dit tijdsbeeld.

 

En ten slotte verscheen er in de Volkskrant een artikel over het Groninger Forum waaraan ik geen aandacht zou hebben besteed ware het niet dat de nieuwe wethouder Istha voor cultuur op de vraag waarvoor het gebouw precies gebruikt gaat worden, zegt: 'Ik weet het ook niet.' en de handen voor het gezicht slaat. Interim manager Nijdam komt niet verder dan 'Iets van een antwoord in stelling zetten, dat moet lukken.' Ik heb nog even nageslagen in de dikke van Dale wat een antwoord in stelling zetten betekent maar heb het niet gevonden. Kortom: de eerste heeft geen antwoord en de tweede worstelt ermee. Dat schiet dus niet op.

Je kunt je wel de vraag stellen of een referendum over de voortgang van het Forum niet het beste antwoord is, als de bestuurders het niet weten.     

 

Alle dieren zijn gelijk-339 --- 14 april 2013

Om nog even terug te komen op de bezuinigingen die de gemeente Groningen moet doorvoeren. Belastingen etc verhogen en kroonjuwelen verkopen hebben beide invloed op de koopkracht. De eerste treffen de burgers rechtstreeks in de portemonnee; de tweede indirect. Bij een verkoop van bijv sportcentrum Kardinge zullen de entreeprijzen ongetwijfeld omhoog gaan; de eigenaar wil rendement. Waarmee de burgers het beste af zijn, is dus de vraag. Wie niet of nauwelijks naar het sportcentrum gaat heeft een ander belang dan wie z’n auto parkeert tegen een hoger parkeertarief. Het geeft alleen maar aan welk dilemma onze bestuurders voor de kiezen krijgen. Wil je aan zo veel mogelijk deelbelangen tegemoet komen, dan kom je uit op een mix en kun je het ene deelbelang tegen het andere uitspelen. Maar in alle gevallen komt het neer op verarming. Dat woord wordt tot nu toe in alle discussies angstvallig vermen.

 

Unser Jahrhundert bevat het verslag van een reeks gesprekken van oud-bondskanselier Helmuth Schmidt en historicus Fritz Stern. Het is een genot het te lezen. Het gesprek staat een vrijheid tot wisseling van onderwerpen toe wat bij een betoog of een  beschouwing veel minder het geval is en maakt het buitengewoon levendig. De mogelijkheid in een gesprek om te kunnen terugkomen op een onderwerp maakt (een verschil of een overeenkomst) van mening duidelijk en biedt ook nuancering. En al zijn beide heren het in grote lijnen met elkaar eens, hun persoonlijke benadering op basis van verschillende ervaringen voegt veel toe. De grote politieke gebeurtenissen van de twintigste eeuw komen aan bod; de verklaringen en de verbindingen die gelegd worden zijn in veel gevallen verhelderend. Bij Tony Judt en Timothy Snyder Denken over de twintigste eeuw vond ik een vergelijkbare verantwoording van de eigen positie.

 

Voordat de advocatenkantoren zich storten op de belangenbehartiging van de slachtoffers van de aardbevingen kunnen de laatsten beter eerst de verzekeringspolis van hun huis bekijken. Natuurlijke bevingsschade valt daar niet onder. Door mensen veroorzaakte bevingsschade wel,. Spreek dus eerst de verzekeraars aan; die gaan heus wel in de clinch met de NAM.

 

Alle dieren zij gelijk-338 --- 13 april 2013

Bas Heyne schrijft in zijn wekelijkse column in de NRC dat hem de taal waarmee het sociaal akkoord werd gepresenteerd, interesseert. Mij interesseren meer de beelden. Ik hoorde (meer dan: zag) Mingelen de MP interviewen. Wat afbreuk deed aan de taal, was waarop de MP in beeld werd gebracht. De camera stond hoger en dat maakte hem kleiner. Hij zat op een verkeerde stoel die hem weinig bewegingsruimte gaf en rechts kwam een lamp in beeld die de aandacht afleidde. Het was kennelijk allemaal het gevolg van haast maar deze beeldvorming is vrijwel dodelijk.

Ik herinner mee een interview in het ZDF met oud-kanselier Schmidt en Bundespräsident Gauck. Wat imponeerde  was niet alleen de taal (of het onderwerp) maat het feit dat Schmitt zat te roken en daarmee alle regels overtrad. Hij drukte er zijn volstrekte soevereiniteit mee uit. Hier zat een man met autoriteit. Wat een verschil vergeleken met Rutte.

 

De gemeente Groningen moet weer bezuinigen en ditmaal gaat het om veertig miljoen euro.

De stad is in feite failliet. Alleen de politiek-bestuurlijke erkenning daarvan laat nog op zich wachten. De tramplannen zijn afgeblazen. Was dat niet gebeurt, dan was het probleem scherper gesteld en was het inzicht wellicht al wel doorgebroken. Een te overladen investeringsprogramma is daarmee enigszins ontlast maar wat rest, wreekt zich alsnog. Het Groninger Forum wordt gebouwd en daarmee stoppen kan nog wel maar tegen een hoge prijs. De plannen voor de Zuidelijke ringweg vergen een aanvullende gemeentelijke dekking en die zal wel geschrapt moeten worden. Dat maakt het verzet tegen de plannen overigens alleen maar groter.

Het college van BenW moet dus op zoek naar nieuwe bezuinigingen. Dat kan door die te verplaatsen naar de burger. Door verhoging van gemeentelijke belastingen en leges stijgen de inkomsten. Verder snijden in de ambtelijke organisatie kan, maar heeft weinig zin: de rek is er uit en de ambtenaren raken gedemotiveerd en gefrustreerd. De derde mogelijkheid is taken af te stoten naar de markt. Daarvoor komen de Stadsschouwburg/de Oosterpoort, Martini Plaza, sportcentrum Kardinge en de Milieudienst onder meer in aanmerking. De exploitatie van het Groninger Forum kan daar overigens aan toegevoegd worden.

Bij het maken  van deze keuzes zullen VVD, D66, het CDA en de SP de verhoging van de belastingen etc afwijzen en de voorkeur geven aan een verdere inperking van de ambtelijke organisatie en het verkopen van een aantal gemeentelijke voorzieningen.

Nu wreekt zich pas goed wat voor stommiteit het van de wethouders van de PvdA en GL was de tramplannen niet aan te passen en een bestuurscrisis veroorzaakten. In plaats van een centrum-links is er nu een veel rechtser college dat veel minder op heeft met het behoud van nutsvoorzieningen en veel meer z’n oor laat hangen naar koopkrachtbehoud van huishoudens. De Partij van de Arbeid en Groenlinks worden gemangeld; de fatsoenlijke populisten van de Stadspartij varen er wel bij. In elk geval krijgt de gevestigde politieke orde het zwaar te verduren. En dat nog geen jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen.

      

    

 

Alle dieren zijn gelijk-337 --- 11 april 2013

Er is een arbeidsmarkt in Europa waar werknemers door de nood in eigen land gedwongen werk daarbuiten zoeken, soms ver daarbuiten. In het VPRO-programma Tegenlicht sprak een econoom daarover in nogal lyrische woorden. Het land dat verlaten werd, was een uitkeringstrekker kwijt, in het land waarheen getrokken was, werd een onvervulbare vacature ingenomen. Kortom: een win-win-situatie.

Een aantal van deze nomaden werd gevolgd. Het bleek dat vele van deze gelukkigen het louter en alleen om het geld deden, helemaal niet opgenomen wilden worden in hun nieuwe woonland en zo snel mogelijk weer naar huis wilden keren, waar vrouw of man, vriend of vriendin, familie en vrienden waren. Fatsoenlijk werk en bestaanszekerheid in de eigen omgeving is de norm. Wie de afwijking daarvan verheerlijkt, vergeet de ontheemding.

 

Het onderzoek van de Kamercommissie naar het woonbeleid is uit en het kernwoord ervan is begeerte, begeerte en nog een keer begeerte. Kopers, banken, bouwers, corporaties en gemeenten (om de belangrijkste gokkers tegen wil en dank te benoemen) dachten allemaal te profiteren tot de luchtbel barstte. Als een boemerang komen de effecten ervan terug. Het is huilen geblazen nu de scherven opgeruimd moeten worden.

Van een bouwer noteerde ik de nuchtere constatering dat de oude tijden niet terug kwamen. Maar het gejammer zal nog wel enige tijd voortduren en de aanpassing van het beleid aan wat echt nodig is, zal daardoor tijd vergen. Het is te hopen dat de slachtoffers dat niet bepalen. Woonbeleid en in het bijzonder volkshuisvestingsbeleid (om dat bijna vergeten woord maar te gebruiken) is allereerst taak van de overheid. De markt heeft getoond dat die die taak niet aankan.

 

In De slag om Nederland was het weer lachen om onze bestuurders. Dit keer kregen Eerste Kamerleden de vraag voorgelegd of ze hun kamerlidmaatschap wel konden combineren met hun dagelijkse werkzaamheden, of er geen sprake was van dubbele petten. Neen was natuurlijk het antwoord op de laatste vraag maar de manier waarop dat werd uitgesproken was potsierlijk. De dame en heren waren in hun wiek geschoten en lieten zich wel heel erg kennen.                 

 

Alle dieren zijn gelijk-336 --- 9 april 2013

Bij de dood van Thatcher wordt uitgebreid stil gestaan bij haar persoonlijkheid en politieke successen. De veranderingen in Engeland zijn zo groot dat met recht gesproken kan worden van een politieke aardverschuiving - tijdens haar bewind ingezet en die tot vandaag de dag sporen heeft nagelaten en nalaat. De vraag blijft of zij voor de meeste Britten het goede leven overtuigend dichterbij heeft gebracht. Ik betwijfel het.

Tegenover  haar kracht staat de zwakte van haar tegenstanders. In de necrologieën  krijgen die ook aandacht maar meer in een terzijde. Wat Thatcher zichtbaar gemaakt heeft is de volstrekte aftakeling van de sociaal-democratie en die is daar nog steeds niet van bijgekomen. De sociaal-democratie is onder het juk van de marktfundamentalisten doorgegaan. Er waren wat oprispingen van een heroriëntatie. Anthony Giddens schreef over een Derde Weg maar daar stond geen overtuigende routebeschrijving bij. Blair was een Thatcher light. Het marktdenken heeft ook de PvdA aangetast en zelfs in het Van waarde-project is het niet het kapitalisme dat aan onderzoek wordt onderworpen maar gaat het veel meer uit van de dagelijks gevoelde feilen in de huidige maatschappij. Het reformisme als antwoord dat nogal nostalgisch is gekleurd door het traditionele taalgebruik van de naoorlogse sociaal-democratie, is best te verdedigen maar dan op een wat steviger analytisch en ideologisch fundament dan de essays bieden. In het laatste nummer van Socialisme en Democratie staan een aantal kritische besprekingen die ik deel; zo is de breedte van Van waarde wat te smal. De diepte is echter onvoldoende gepeild. Als links niet oppast wordt de oplossing van de huidige crisis opnieuw door rechts gekaapt. 

 

Alle dieren zijn gelijk 335 --- 8 april 2013

Het zijn twee heel verschillende onderwerpen maar waarin ze overeenstemmen is de manier waarop ze in de publiciteit een steeds grotere rol gaan spelen.

Het eerste is de aandacht voor belastingparadijzen waartoe ook Nederland gerekend moet worden. De wereld wil niet alleen bedrogen maar kennelijk ook bestolen worden  Alles volgens wet en regel en ondanks dat alles geaccordeerd is, begint het in een tijd van economische achteruitgang te wringen dat er minder belasting betaald wordt dan billijkerwijze mogelijk is.

Het tweede is dat even langzaam doordringt dat we niet in crisis verkeren maar in een overgangsperiode naar een lager welvaartsniveau waarbij zich de vraag voordoet hoe de besteding aan collectieve goederen zich verhoudt tot het private bestedingspatroon. De eerste signalen voor behoud van het laatste, waarbij aan belastingverlaging wordt gedacht, zijn al afgegeven. Dat betekent een verarming van de collectieve arrangementen. Als iets een scheiding tussen links en rechts kan verhelderen dan is het wel de keuze tussen de twee opties.

De geesten mogen rijp gemaakt worden voor een afname van de arrangementen van de verzorgingsstaat de vraag blijft of dat de enige weg is.   

 

Alle dieren zijn gelijk-334 --- 6 april 2013 

Bertus Mulder, oud-gedeputeerde voor de PvdA in Friesland, schrijft in Socialisme en democratie over de kwetsbaarheid van de Friese sociaal-democratie. Hij analyseert over een periode van meer dan een halve eeuw de afkalving van de PvdA in Friesland. De partij was lokaal sterk geworteld maar raakte daarvan los. Hij wijst daarvan ook de oorzaken aan. Het waren niet de lokale gemeenschappen; zij bleven - ondanks alle veranderingen – als gemeenschappen functioneren. Het was de bestuurlijke herindeling die de afdelingstructuur ondermijnde: dorpen die een eigen partijafdeling hadden, verloren die. De nieuwe afdeling in de nieuwe grotere gemeente kwam er voor in de plaats. De partij was in de kleine dorpen organisatorisch niet meer aanwezig daarna. De gerichtheid op het nieuwe gemeentehuis, dat verder van de burgers en de partijleden kwam af te staan, zorgde voorts voor een verdergaande vervreemding van de kleine dorpsgemeenschappen. Het gevolg was zichtbaar. Groeperingen als Dorpsbelangen verdrongen de PvdA. De electorale prijs van de bestuurlijke centralisatie was dus hoog. In dezelfde periode ging de centralisatie binnen de partij zelf door.

Het verschijnsel is niet beperkt tot Friesland. In Groningen gebeurt hetzelfde en er zullen meer plattelandsregio’s zijn waar dit te constateren valt. Het accent in de partij verschuift naar de verstedelijkte gebieden waar niet de doorsnede van de bevolking de gang van zaken in de afdelingen meer bepaalt.

Mulder beschrijft een ontwikkeling waar vergaande conclusies aan kunnen worden verbonden. De partijorganisatie staat de partij in de weg. De lokale afdeling in de dorpen – los van de gemeentelijke indeling - moet opnieuw uitgevonden worden. Niet langer bestuurlijke maar sociale verbanden zijn daarvoor doorslaggevend.

Het Van waarde debat met z’n nadruk op binding maakt een reorganisatie van de partij mogelijk. Haar bestuurlijk model staat haar in de weg. Niet het hoofdbestuur is het hoogste orgaan in de partij maar de lokale afdeling –om de wille van haar ideeëngoed en haar machtspositie. Ik heb al eens voorgesteld om het hoofdkantoor naar Apeldoorn te verplaatsen.

Hoe nodig een herbezinning is tonen de plannen tot bestuurlijke schaalvergroting van Plasterk. De partij zal er alleen maar meer averij door oplopen. Haar democratische legitimatie staat op het spel.

 

Alle dieren zijn gelijk-333 --- 4 april 2013

Al een aantal keren bezochten we de jaarlijkse uitvoering van de toneelgroep van de dorpsvereniging Scharmer en elke keer met veel genoegen. Wat maakt het amateurtoneel zo aantrekkelijk? Natuurlijk draagt er aan bij dat een klucht gebracht wordt, dat het in het Gronings is en dat publiek en spelers elkaar kennen,. Het is van een volstrekte herkenbaarheid en misschien wel voorspelbaarheid. Allebei zijn het redenen om soaps op de tv te mijden. Wat het verschil ermee maakt is het plezier waarmee gespeeld wordt, het plezier dat de zaal er aan beleeft en de acceptatie op het toneel en in de zaal dat het niet altijd volmaakt is – alhoewel de regie in goede handen is.

Ik vraag me bij het zogenoemde grote toneel wel eens af hoe ver het van dit genoegen  is afgedreven. Is het te pretentieus, te ver doorgeprofessionaliseerd om op dezelfde manier aan te spreken? Ik heb interpretaties van stukken bijgewoond waaruit meer de opvattingen van de regisseur dan van de schrijver doorklonken, waar toeters en bellen aangebracht waren die vaak ook nog eens ten koste van de verstaanbaarheid en het begrip gingen.

High en low culture moeten in het verre verleden dezelfde basis hebben gehad. Is het een illusie te menen dat het gebrek aan samenhang van beide vandaag de dag onvermijdelijk is? Ik kan me er maar moeilijk bij neerleggen dat er twee soorten toneel en twee soorten publiek zijn. Wat drijft hen uiteen? Wat brengt hen bijeen?

 

De geneesmiddelenfabrikant die in India z’n neus gestoten heeft bij een patentaanvrage verdient het niet alleen te blijven. De farmaceutische industrie heeft een te grote invloed op de  kosten van de gezondheidszorg om er geen grenzen aan te stellen. Er zijn perverse marktcondities waaraan de zorg is onderworpen. Dat India daarin ingrijpt is een mooi voorbeeld om na te volgen. 

 

Zembla toont een reportage over de gang van zaken bij SNSReaal en Property Finance. De verliezen die geleden zijn, zijn  bekend. Ze vallen haast weg tegen de indruk die de hoofdrolspelers door hun gebrek aan openheid maken. Vrijwel niemand wilde geïnterviewd worden. Die mannen - er was geen enkele vrouw bij – waren niet alleen als professionals beneden de maat, ze zijn ook nog te laf om zich te verantwoorden..              

 

Alle dieren zijn gelijk-332 --- 2 april 2013

Ik dacht dat ik het dossier van het Groninger Forum kon sluiten maar nu staat in het Dagblad van het Noorden dat het Forum ‘inhoudelijk allang helder’ is. Nee dus, het gaat weer open.

Het is een uitgebreid verhaal dat de sores van het Groninger Forum breed uitmeet. Ik citeer het Dagblad: ‘Gesteggel over de organisatie’, Bas van Kampen slaagde er niet in ‘de mogelijkheden van het combigebouw uit te dragen’, hij verkocht ‘een droom’, kreeg ‘de deelnemende partijen niet op een lijn’, het Forum ‘zoekt naar ideeën en inbreng van buiten. Vanuit de wijken. Vanuit de universiteit’, ’Het Forum streeft naar aanhaken van commerciële partijen’, ‘de Raad van Toezicht (….) verlangt een helder profiel van een nieuwe directeur,’ ‘wie betaalt het loon van de nieuwe aanvoerder’, wie betaalt de rekeningen van de teruggetreden van Kampen en Pronk? ‘Voor permanente middenstandvestigingen leent het gebouw zich niet.’ Wat een aardig nieuwtje is, is dat de beoogde directeur – die van Marketing Groningen – ‘lange tijd de toegevoegde waarde van het Forum niet zag.’

Samengevat: organisatorische, financiële en procedurele problemen teisteren het Groninger Forum: onthullender kan het niet. En hoe staat het er inhoudelijk mee? De klap op de vuurpijl wat dat laatste betreft, is ‘Met bibliotheek en bioscoop ligt 70% van invulling vast.’

Ik herinner me de beelden van instellingen overal ter wereld weggehaald waar het Groninger Forum zich aan zou spiegelen. Ik hoor van Twist – ook al van het tapijt – nog zeggen hoe uniek het Forum zou worden. Niet naar honderd procent maar naar minstens tweehonderd procent werd gestreefd, was de suggestie. Het concept oversteeg alles. En nu constateert het Dagblad: zeventig procent. In een ‘combigebouw’ nota bene. Ik heb dat woord nooit eerder gehoord. Het bevestigt de algehele verloedering.

En daarvoor moet draagvlak geschapen worden. De kandidaat-directeur die lange tijd de toegevoegde waarde van het Forum niet zag’, ‘is al bij de gemeentesecretaris langs geweest.’ Het Dagblad van het Noorden staat pal achter hem. Van zo’n medestander moet je het wel hebben: alle critici van het combigebouw kunnen hem dankbaar zijn. 

De gemeenteraad laat alles passeren - en dat allemaal een jaar voor de gemeenteraads-verkiezingen …

      

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-331 --- 1 april 2013

 

Het is niet nodig uit te leggen wat gebakken lucht betekent. Ieder weet wat lucht is. Het bakken vergt evenwel nadere toelichting.

 

De gebeurt door een speciale bakker, geen koekenbakker, nee: iemand die daar speciaal voor opgeleid is, zelfs wetenschappelijk vandaag de dag. In het vak marketing. Geen dienst of product kan er zonder. Het moet immers in de markt gezet, aan de man en de vrouw gebracht worden. Om dat te bewerkstelligen moet in de diepste krochten van de ziel afgedaald worden, zo ver dat de man en de vrouw dat niet in de gaten hebben. Gebeurt dat niet en blijft men aan de oppervlakte, dan krijgen de man en de vrouw het gevoel voor het lapje gehouden te worden. Dat is een doodzonde voor ervaren bakkers. Die bezondigen zich daar dan ook niet aan. Zij boren zo diep dat het tegengestelde effect bereikt wordt, zodat de man en de vrouw zich tekort gedaan voelen als zij geen behoefte onderkennen. Lucht bakken is dus naast een wetenschap een hele kunst. Er zijn producten en diensten die daardoor onmisbaar zijn gemaakt. Daarzonder heb je geen leven, geen aangenaam leven althans. Gebakken lucht doet zich dan voor als odeur. Dat is het summum van het bakkersgeluk.

 

Maar wat als gebakken lucht bedorven en niet te harden is? Alle pogingen het een aangenaam luchtje te bezorgen, dat ieder graag gebruikt, zijn mislukt. Wat dan? Wat dan? Dan zoek je toch een nieuwe bakker?

 

Zo gaat dat tenminste bij het Groninger Forum.

 

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-330 --- 30 maart 2013

Ik vond dat toen men over Dijsselbloem in de Cypriotische crisis heen viel, zijn optreden een opsteker. Je ziet nu een groeiend aantal medestanders van hem dat de mening van de critici overstemt. De discussie verschuift ook van de vorm van zijn boodschap naar de inhoud. Wat de laatste betreft wint hij vooral aan aanhang, Hoe onbeduidend de economie van Cyprus is voor Europa, de ingreep maakt een paradigmawisseling duidelijk. Ik noemde dat op mijn manier zo: wie de rotzooi maakt, ruimt die ook maar op en dwingt anderen niet meer om dat te doen. Diplomatieker heet het: een andere benadering.

Verhoudingen komen daardoor in een ander licht te staan. Machtsverhoudingen in de eerste plaats. In Europa is Duitsland dominant en terecht. Zuid-Europa inclusief Frankrijk hebben hun verzwakte positie aan zichzelf te wijten. Er is geen enkele reden dat de Duitsers zich zouden moeten verontschuldigen voor hun gedrag; het wordt tijd dat men in Zuid-Europa de hand in eigen  boezem steekt. Maar ook de verhouding tussen de politiek en bevolking verschuift. Vast staat nu dat er bevolkingen door hun politici bedrogen zijn zoals vaststaat dat politici gezag herwinnen door dat aan de kaak te stellen. Daarmee is de moraliteit terug in het debat en gaat besturen over meer dan technocratisch (wan)beheer. De eer daarvoor komt Dijsselbloem toe.

 

In een discussie over het Van waarde-project van de Wiardi Beckman Stichting waaraan ik deel nam trad een interessant verschil van mening op. Aan de ene kant stond een sociaal-culturele invalshoek aan de andere kant een sociaal-economische – met een enigszins verschillende waardenoriëntatie.

Hoe mensen met elkaar omgaan komt tot uitdrukking in de erkenning van het belang van hun arbeid en de roep om respect wordt dan beantwoord. Beloning is de tweede uitdrukkingsmogelijkheid en komt tegemoet aan de vraag naar bestaanszekerheid. (Het eerste en het tweede kunnen overigens niet los gezien worden van elkaar.)

Voor mij is het vervolgens de vraag of het emancipatievraagstuk belangrijker is dan het verdelingsvraagstuk. Zijn er nog zulke massale achterstanden als vroeger? Beperken die zich niet tot migranten? Het onderwijs is in staat alle talent aan bod te laten komen en de vraag is of er nog van massaal onaangesproken talent gesproken kan worden. Het meeste talent is aangeboord. Al zouden we graag meer talent willen zien, er zijn beperkingen die niet overwonnen kunnen worden. Het gemis kan niet ondervangen worden door nog meer onderwijs; ik zoek de compensatie veeleer in een robuust sociaalzekerheidstelsel dat de minder getalenteerden - en uitvallers -   beschermt.

Voor mij staat daarom het verdelingsvraagstuk centraal; dan gaat het om het streven naar volledige werkgelegenheid en inkomenszekerheid. Het staat haaks op het neoliberalisme en het marktfundamentalisme. Het houdt een hernieuwde rol in van de overheid die haar publieke taken opnieuw definieert – een herwaardering van de sociale markteconomie.  Respect is mooi maar als je van je loon (of uitkering) niks kunt makken, schiet je niet veel op.

 

In het Dagblad van het Noorden van 27 maart  wordt de directeur van Marketing Groningen als de redder gezien van het Groninger Forum. De man heeft Groningen al op de kaart gezet en moet dat nu doen voor het Forum, vindt de krant. Op 20 maart sprak hij op OOGTV: ‘Ik praat met heel veel mensen, ook met de wethouder, ook over het Forum. Maar het bericht in het Dagblad is veel te voorbarig. Laat ik het zo zeggen, als er een advertentie in de krant verschijnt, zal ik niet reageren.’

Ik heb de advertentie nog niet gezien en bij de kennelijke urgentie had hij al lang geplaatst kunnen zijn; ik betwijfel of er een advertentie komt. De man wordt dus gevraagd en stel dat hij ja zegt, dan ben ik erg nieuwsgierig naar zijn motivatie en motivering. Uit zijn eerste reactie blijkt dat de motivatie niet erg groot is. Ik hoor hem als het doorgaat dus graag over zijn motivering. Mij lijkt het onbegonnen werk een kreupel, laat staan dood, paard weer in de benen te krijgen. De race die nu nog ingezet wordt, wordt niet meer gewonnen. Zouden bestuurders en marketing manager niet weten dat er zonder inhoud geen draagkracht gevonden kan worden? Wat er gebeurt, heeft veel weg van paniekvoetbal.     

 

In Nederland was er in de jaren tachtig van de vorige eeuw redelijke belangstelling voor de Franse schrijver Emmanuel Bove. Die is nu helemaal weggeëbd is. Het was de verdienste van uitgeverij de Prom dat er destijds een zevental vertalingen verscheen. Pas in 2002 kwam bij Bas Lubberhuizen een verhalenbundel Reis door een appartement uit. Dit voorjaar verrast uitgeverij Coppens en Frenks met De liefde van Pierre Neuhart.

Ik kan niet goed verklaren waarom ik Bove fascinerend vind. Dat gewone mensen in zijn boeken de belangrijkste rollen vervullen speelt een belangrijke rol maar dat is het niet alleen. Het zit ook in de treffende beschrijvingen van hun milieus en de psychologische ontleding van de personen. Het gevoel van machteloosheid dat hen overheerst en onontkoombaar is maakt de middelmatige levens van de hoofdpersonen dramatisch. Het is alsof Bove een willekeurige steen opraapt en schrijft met een scherp oog voor wat eronder ligt.

  

 

     

 

Alle dieren zijn gelijk-329 --- 27 maart 2013

Beste Jeroen,

De boodschapper is de pineut – en dus kreeg jij een slechte pers toen je bekend maakte hoe de crisis op Cyprus was opgelost.

De boodschap was in de eerste plaats een Duitse boodschap waarbij de noordelijke landen in Europa zich aansloten. De hardste boodschap was wel dat banken als private ondernemingen hun eigen rotzooi moeten opruimen. Men heeft daarvoor een mooie term: bail in – dat tegenover bail out staat waarbij de nationale staten voor het opruimen moeten zorgen. Het werd tijd dat na het redden van de banken op kosten van de belasting betalende burgers het principe van bail in in de praktijk werd gebracht. Het is natuurlijk buitengewoon onaangenaam voor de gewone Cyprioten die – al hadden ze als bevolking geen enkele greep op de ontwikkeling van hun bankensector, … maar er wel van profiteerden! – zware lasten moeten dragen. Het is een harde klap maar een doffe dreun krijgt de financiële wereld die zich ineens van een deel van haar macht ziet beroofd. De bezwaren kwamen dus uit de verwachte hoek: uit Engeland en de VS waar Fleet Street en Reuters de spreekbuizen waren. Zij voorspelden een hoop ellende maar een bankrun bleef uit, de aandelen kelderden niet en de eurozone bleef intact. Na alle geBazel om de bankensector te reguleren, is de ingreep  op Cyprus vele malen effectiever. Die dwingt de banken op de centjes te passen, drukt spaarders en aandeelhouders op hun risico en maakt het overheden gemakkelijker hun begrotingen op orde te brengen.

De NRC schrijft ‘In Brussel moet je niet altijd eerlijk zijn.’ Maar dat jij rechtstreeks en bikkelhard zei waar het op stond, was geweldig. Neem alle ruimte die Duitsland je biedt om door te gaan en laat je niet van de wijs brengen door de profiteurs van de bail out!

.       

 

Alle dieren zijn gelijk-328 --- 25 maart 2013

SC Veendam is failliet; er is nog een termijn van acht dagen voor het definitief is.

Om veel redenen heb ik niet veel met profvoetbal. Dat profclubs bedrijven zijn geworden, dat voetballers als vee verhandeld worden, dat er in de media veel over geleuterd wordt, dat er excessen op de velden en in de kantines zijn, dat alles en misschien nog wel meer, staat wel - dat erken ik volmondig - tegenover het plezier van velen die als liefhebbers op de velden staan of op de tribunes zitten. Het stadion heeft de kerk vervangen, de wedstrijd de mis en de preek, nieuwe goden zijn opgestaan … Maar precies het feit dat in Veendam en omstreken een heel legioen van z’n ziel en zaligheid wordt beroofd, een vast moment in het leven zal missen dat als hoogtepunt wordt ervaren, de zekerheid die verdwijnt na alle zekerheden die al aan het verdwijnen zijn in Oost-Groningen en een sociale structuur wordt aangetast, dat is het meest droevige van dit faillissement. Geld maakt meer kapot dan drank wat ons op de voetbalvelden (en  in wielerrondes) lief is …   

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-327 --- 24 maart 2013

Wanneer zwijgen overgaat in verzwijgen ontstaat het verlangen iets te ontsluieren. Dat laatste moet Laura Starink overkomen zijn toen ze de Duitse afkomst van haar moeder probeerde te achterhalen. In Duitse wortels doet ze verslag van haar zoektocht. Het levert een boeiend boek op. De geschiedenis van haar familie is nauw verweven met die van Silezië en van Duitsland en Polen vanaf  het einde van de negentiende eeuw. Vloeiende grenzen tussen nationaliteiten en talen in een gebied dat politiek onder wisselenden omstandigheden bestuurd werd, leveren haast vanzelfsprekend boeiende stof op. Wat het verhaal van Starink extra de moeite waard maakt is de vasthoudendheid waarmee ze kennis en inzicht probeerde te verwerven.

Aan de Nazi-tijd wordt veel aandacht besteed en de invloed en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog krijgen - dat kan niets anders - de meeste aandacht. Maar achter het politieke drama met de gruwelijke feiten dat Starink ontrafelt, ligt ook een cultureel drama. Vrijwel alle Duits sprekende Sileziers zijn verdreven toen het gebied na de oorlog aan Polen werd toegewezen. Hoe langzaam het verlies aan identiteit wordt overwonnen bewijst de geschiedenis ook. Starink noemt het niet nadrukkelijk maar ook zij verovert met het schrijven van de familiegeschiedenis haar identiteit.

Mijn belangstelling voor Starinks boek vloeide met name voort uit de lectuur dertig jaar geleden van Horst Bieneks vier Gleiwitzer Romane die de stemming en het gevoel ’van de gewone mensen en van het geweldige leven zoals het is’ (Gombrowich) in Ober-Schlesien weergeven. De manier waarop Starink schrijft, sluit daar nauw op aan. De Gleiwitzer Romane zijn nog steeds in één band te leveren zag ik bij boekhandel Godert Walter. .           

Alle dieren zijn gelijk-326 --- 21 maart 2013

In het Dagblad van het Noorden staat dat een streep door het Groninger Forum een lang gepasseerd station is. We moeten nu ‘alle energie steken in een voor iedereen aantrekkelijke invulling van het toekomstige gebouw, en zijn omgeving.’ Daarmee zal niet het plan van een grappenmaker op de Groninger Internet Courant bedoeld zijn die er een megastal in wil huisvesten. Maar wat dan wel?

Vanaf de groep Groningers die deelnamen aan gesprekken hierover, nu al weer jaren geleden,  tot aan de dag van vandaag, is de invulling een probleem. Er ontbreekt nog altijd een visie. Het leidde ertoe dat bij afwezigheid daarvan een programma van eisen voor het gebouw ontbrak. De Gezinsbode heeft daarvan in het verleden uitvoerig bericht gedaan. Met die visie wordt nu weer gerommeld want de nieuwe wethouder spreekt nu met de Bijenkorf, de Gasunie en de ‘event manager’ van Essent. Van een commerciële invulling was nimmer sprake. Welke consequenties dat heeft voor het gebouw is niet duidelijk en zoals het de culturele instellingen betreft, vergaat het ook de commercie: die wordt er in gef(o)rummeld.

Geen van de deelnemende cultuurinstellingen is gelukkig: het Groninger Museum kan z’n eigen tentoonstellingswensen amper overeind houden, de Groningen Archieven gaan gebukt onder zware bezuinigingen, Filmhuis Images is gedwongen in de Forumorganisatie opgenomen en ik citeer het DvhN: ‘Biblionet Groningen is echter (….) nog niet door de bocht.’.De instellingen die aangesproken kunnen worden op een visie, komen er niet aan toe. Ze zijn allemaal bezig met overleven. Kortom: chagrijn alom.

Hoog tijd dus om de zondebokken van stal te halen. De kop van Jut was natuurlijk de directeur die jarenlang bevlogen zijn ideeën heeft geventileerd en permanent door zijn raad van toezicht en het gemeentebestuur alleen gelaten werd in zijn strijd. Hij moest zich altijd zelf verdedigen. Hij stond voor een verloren zaak en heeft het lang volgehouden. Als tegenstander van het Groninger Forum zeg ik: hulde voor hem.

Het stadsbestuur denkt dat de zaak nog gewonnen kan worden. Een  nieuwe wethouder – als nieuwkomer in het college van BenW en als volstrekte buitenstaander in de stad – is in het pak genaaid met de portefeuilleverdeling en moet nu het varkentje wassen dat door de ene wethouder naar de andere is doorgeschoven. Daarbij gaat het – en dat is echt ongelooflijk – niet meer om de inhoud maar om het draagvlak. Hij trekt de wijken in. Hij doet er verstandig aan dat niet te doen. De Groningers zijn de manipulaties van het stadsbestuur beu.

Als er dan toch een gebouw komt - hoewel: je kunt, al kost dat wel wat, na de parkeerbak de bouw nog altijd stoppen - zorg dan dat de deelnemers erin aan hun trekken komen en ga geen strijd met hen aan – en al zeker niet over organisatorische samenvoeging.  De energie die daarin gestoken wordt, komt hun werk niet ten goede. Koester dus de bibliotheek en het filmhuis die de inhoud schragen. Wees blij dat een oud-directeur van de voormalige Dienst voor Kunst en Cultuur de bibliotheek daar in bijstaat. Te meer omdat van de Founding Fathers van Twist, Pronk en van Kampen vertrokken zijn en Bluhm en de Jonge gekortwiekt.

Wees zuinig op de bieb en de bios (en Dwarsdiep) die nog iets van het Groninger Forum kunnen maken. Maak hen tot trekkers. Dat is de enige realistische opdracht om nog te redden wat er te redden valt.   

 

Cyprus: IJsland maar dan warmer, veel warmer.   

 

 

Alle dieren zijn gelijk-325 --- 19 maart 2013

De Commissaris der Koningin in Friesland heeft zich kritisch uitgelaten over het optreden van de burgemeester van Groningen over diens rol bij de afhandeling van Projext X in Haren. Het gaat mij er niet om of de CdK gelijk heeft of niet. De burgemeester vindt van niet en reageert. De vraag is of dat laatste verstandig is. Ik denk van niet want met zijn reactie vestigt hij opnieuw de aandacht op zijn rol en versterkt daarmee de werking van de uitspraak: waar rook is, is vuur. Hij blijft dus onder vuur; precies het tegengestelde van wat beoogd wordt.

Het omgekeerde gebeurt ook. De baas van Aedes – een oud-gedeputeerde van Groningen  - wordt nu alle enige uitzendingen op de huid gezeten door de journalisten van het VPRO- programma De slag om Nederland  waarin bestuurlijk gedrag wordt gekapitteld. De journalisten  krijgen geen kans hem te interviewen en worden steeds vinniger. In de laatste uitzending  kreeg de weigeraar te horen dat hij ’grootverdiener’ is. Deze bestuurder wordt dus ook geslachtofferd – en door te blijven zwijgen, blijft ook hij onder vuur.   

Zij houden dus beide het vuurtje brandende. Voor de eerste geldt:  spreken is zilver maar zwijgen is goud; voorde tweede geldt: zwijgen is zilver maar spreken is goud. Beide hebben natuurlijk communicatieadviseurs en in beide gevallen slaan ze de plank mis. Je kunt haast voorspellen hoe het met beide mannen afloopt: ze gaan allebei door het stof; het is slechts een kwestie van tijd.

 

Aandacht voor een prachtige tentoonstelling in de bovenzaal van Boekhandel Godert Walter.

Benne Holwerda toont er een selectie uit zijn affiches die hij tweeëndertig jaar lang voor de Stadsschouwburg en de Oosterpoort in Groningen maakte en … dat is de grootste verrassing: zijn schetsboeken. Die zijn een lust voor het oog en tonen dat hij een groot talent is. Ik vraag me verwonderd af hoe lang dat verborgen is gebleven.     

 

Alle dieren zijn gelijk-324 --- 17 maart 2013

Hoe herinneringen in een ander daglicht kunnen komen te staan, beschrijft Joachim Gauck in zijn boek Winter im Sommer – Frühling im Herbst -  het laat me niet los. Hij stond tegenover het regime van de DDR en toonde dat alleen op de momenten dat hij in zijn werk als Pastor tegengewerkt werd. Al zocht hijzelf geen directe confrontatie, voor het regime was hij een permanente tegenstander. Dat blijkt pas na de Wende als de archieven van de Stasi opengaan.

Gauck wordt het hoofd van de dienst die de Archieven op orde brengt en voor het publiek toegankelijk maakt. Dan wordt hem in zijn volle omvang duidelijk welke rol de Stasi zonder dat hij dat wist ook in zijn leven en zijn werk speelde. In zijn directe omgeving wist de Stasi door te dringen en bleken medestanders informele medewerkers van de geheime dienst. Vertrouwen was misplaatst en werd beschaamd. Dat roept onmiddellijk de vraag op hoe je dat verwerkt, en ook hoe je met dat van de anderen in het reine komt. (Het is het centrale thema van de film Das Leben der Anderen.)

Als beheerder van de Stasi-archieven zette hij door om ze voor het publiek open te stellen. Ieder kon de waarheid over het verleden van zichzelf en anderen lezen. Het waardevolle van de herinneringen is dat Gauck deze omgang met het verleden vergelijkt met de manieren waarop in Polen en Zuid-Afrika met het verleden afgerekend werd. Polen sloot zich van het verleden af. Zuid-Afrika koos voor waarheidscommissies. Ook Spanje liet het verleden rusten. Het effect daarvan voor Duitsland is een relatief grondige afrekening die heilzaam op de verhoudingen heeft gewerkt. Ik vond het bewonderenswaardig hoe open in Duitsland niet alleen over het communistische verleden van de DDR maar ook over het nationaal-socialisme wordt gesproken en geschreven. Polen, Zuid-Afrika en Spanje hebben niet alleen te lijden van een onverwerkt verleden; soms lijkt het daarop ook in ons land. Het verleden speelt ons nog steeds parten. Of het nu gaat om de Tweede Wereldoorlog of om de beide oorlogen die Nederland in het voormalige Nederlands-Indië voerde - alleen het handhaven van de term politionele acties zegt genoeg.

Ik denk dat een film als Lore, die de tocht van een paar door hun ouders in de steek gelaten broertjes en zusjes direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog van het zuiden van Duitsland naar hun oma in het noorden, hier niet gemaakt had kunnen worden. De mentale blokkade is hier nog te groot.          

.       

 

Alle dieren zijn gelijk-323 --- 14 maart 2013

Schwarze Pädagogiek – ik was verrast de term te lezen in de herinneringen van Bondspresident Joachim Gauck waarover ik eerder schreef. Hij beschrijft daarin de omgang in de scholen in de DDR. Hij put daarbij uit de ervaringen op school die zijn eigen kinderen ondergingen en die van jongeren die hij ontmoette in zijn werk als Pastor. Zijn oordeel liegt er niet om. Leerlingen hadden te denken en zich te gedragen zoals de staat hen voorschreef en dat is nog steeds onthutsend. Ik vroeg me af waar ik de term Schwarze Pädagogiek eerder had gelezen.

Ik zocht op waar ik die voor het eerst tegenkwam en vond Alice Millers Am Anfang war Erziehung in de Suhrkamp Taschenbuch-uitgave van 1983. Ze maakt daarin een onderscheid tussen witte en zwarte pedagogiek en de laatste noemt zij Der Vernichtungskrieg gegen das eigene Selbst. Het verschijnsel van kinderen als slachtoffers van het gedrag van volwassenen is natuurlijk van alle tijden. Het schrikbarende van de DDR (en het Oostblok) was dat het georganiseerd en stelselmatig was, volstrekt totalitair van vorm en inhoud. Dezelfde schadelijke kanten vind je terug in de verhalen van de jeugdige rooms-katholieke internaatsslachtoffers waarvan de aard eerder incidenteel (hoewel te massaal) maar niet structureel was. Ik vraag me af hoe het toe gaat op scholen in landen als Iran, China of Syrië.      

 

Alle dieren zijn gelijk-322 --- 13 maart 2013

Haal de vut maar weer van stal, schrijft Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen, in de NRC. Het aantal werklozen loopt fors op en de verwachting is dat daar niet zo spoedig een eind aan komt. De Beer bepleit nu een aantal maatregelen om daarop in te spelen. Zijn veronderstelling is daarbij dat die maatregelen tijdelijk kunnen zijn. Hij zet zich terecht af tegen flexibilisering van de arbeid maar wil wel een flexibilisering van het beleid.

Behalve een tijdelijk terugkeer van de vut  heeft hij het over tijdelijke arbeidstijdverkorting (die in tegenstelling tot het verleden) nu contractueel wordt vastgelegd. Een paar uur minder werken maakt het mogelijk ontslagen van mensen midden in hun loopbaan te voorkomen en oudere werknemers gaan tijdelijk eerder met pensioen. Jongeren worden gestimuleerd door te leren en het aanbod van extra stage- en werkervaringsplaatsen onderbreken ook de stijging van de werkloosheid. De Beer vindt ten slotte dat het geringe aantal ouderen dat door de werkloosheid wordt getroffen niet noodzaakt tot verandering van de ontslagbescherming.

Het zijn zinnige maatregelen in afwachting van een aantrekkende bedrijvigheid en uitbreiding van de werkgelegenheid.

Maar stel dat de werkloosheid blijvend hoog is. Dan zijn deze maatregelen lapwerk en wacht een grote groep mensen, zowel jongeren als ouderen, uiteindelijk de bijstand. Dat is een schrikbeeld dat in Zuid-Europa alledaagse werkelijkheid is.

Waarom niet nagedacht over meerdere scenario´s op basis van werkloosheidspercentages van tien, vijftien en twintig procent? Die bieden alle een combinatie van maatregelen voor de      arbeidsmarkt en voor het sociale zekerheidsstelsel die verder gaan dan wat De Beer voorstelt en duidelijk maken welke keuzes daarvoor in een fatsoenlijke samenleving gedaan moeten worden. De verdeling van schaarse arbeid en van inkomen wordt dan een echt politiek probleem in plaats van een aanpassingsbeleid dat permanent achter de feiten aanloopt. Kortom: ik had van De Beer wat meer verwacht.   

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-321 --- 12 maart 2013

Monika Sie begint haar essay Van waarde (uitgeverij van Gennep) met een verslag van een gesprek met een ergotherapeute die zich in haar werk niet begrepen meer voelt en zich terugtrekt in haar kleine wereld van partner en vrienden; ze spaart voor een verre vakantie. Het is de vervulling van het persoonlijke geluk naast en bijna buiten de maatschappij. Het is een vertelling over vrijheid in het persoonlijke domein en over onvrijheid in het maatschappelijke domein. Sie werkt het verder uit om een opdracht te formuleren waarvoor de sociaal-democratie zich gesteld ziet.

Ik moest aan dit gespreksverslag denken toen ik – van de huidige Bundespräsident -   Joachim Gauck Winter im Sommer – Frühling in Herbst las. (uitgeverij Pantheon) Het zijn z’n herinneringen aan de DDR waarin hij opgroeide en tot het einde ervan bleef – als pastor trouw  aan de gemeenteleden die bleven, die hun geloof deelden en onverzoenlijk stonden tegenover de eisen die de dictatuur aan hen stelde  - hoewel er waren die ervoor bezweken of het land verlieten. Een op de vijf burgers verliet de DDR …

Op pagina 73 schrijft Gauck: ’Aus objektiver Machtlosigkeit die der übermächtige Staatsapparat über die Bevölkerung verhängt hatte, wurde nun auch subjektive Ohnmacht. Und da man den Menschen die institutionellen Möglichkeiten einer Partizipation an der Macht nahm, verloren die allmählich die Fähigkeit zur eigenverantwortlichem Handeln.’ In het verdere vertoog schrijft hij waarop men zich in het private domein terugtrok: ’Ich kritisierte andere, wenn sie in beschwörender Weise ihr Leben in ihren, kleinen, privaten Nischen als grosses Glück beschworen und die Beschränkuing als Erfüllung ausgaben. Dabei hatte ich mich selbst längst mit dem kleinen Glück abgefunden (…).

Je kunt de DDR niet met ons land anno 2013 vergelijken maar de psychologie van de vervreemding is overeenkomstig. De vrijheid om te participeren en zelf verantwoordelijk te zijn staat haaks op instituties die gedrag voorschrijven. Het gaat Sie en Gauck om hetzelfde: de invulling van vrijheid in het maatschappelijke domein.     

 

 

Alle dieren zijn gelijk-320 --- 11 maart 2013

 

Ypke Gietema overleden. Zijn dood was onvermijdbaar geworden en nu hij er niet meer is, komt het contact met hem in een ander licht te staan. Als hij tot voor enige maanden in het café bij me informeerde of ik nog lid van de partij was, en ik dat bevestigde, bevestigde hij dat op mijn vraag aan hem, ook. We deelden wel onze twijfels. Ik had eerder de afwijzing van het Groninger Forum met hem gedeeld. Toch waren het na  zijn vertrek als wethouder al met al weinig momenten waarop we elkaar spraken. Voor een vrijwel permanente omgang met hem moet ik terug gaan naar de jaren 1985-92 toen ik in de gemeenteraad van Groningen zat. Het waren weliswaar de laatste zes jaar van zijn wethouderschap maar wel veruit de belangrijkste.

 

Hij was degene die in het midden van de tachtiger jaren onderkende dat de werkloosheid in Groningen zich dramatisch ontwikkelde. Een op de vier die kon werken, was werkloos. Het roer moest om en het ging om met het Structuurplan van 1987. De vijf jaar daarna hebben de basis gelegd voor een forse groei van de bedrijvigheid en de werkgelegenheid. Van destijds nog geen negentigduizend banen tot vandaag de dag honderddertigduizend. Voor mij staat hij vooral voor de A van de PvdA en niet van architectuur – hoewel de beelden daarvan in de documentairefilm Ypke nog altijd fascinerend zijn.

 

Dat werkgelegenheidseffect is ondergesneeuwd onder de vele ontwikkelingen die in gang werden gezet … en door zijn persoonlijke optreden. Keuzen, soms hardhandige keuzen in stedenbouw en architectuur, in volkshuisvestingsplannen, ruimtelijk-economische planning en de herhuisvesting van culturele instellingen hebben op vele plekken in de stad hun sporen nagelaten. Ze tonen het andere aanzien van de stad en de standing  die zij ermee verwierf. Toen ik zondagochtend van zijn dood hoorde heb ik m’n boek over m’n raadslidmaatschap Omzien en niet vergeten weer eens opgeslagen. De vele pagina’s die aan zijn beleid zijn gewijd tonen zijn greep op de ontwikkeling van de stad.

 

Die pagina’s geven ook een beeld van zijn persoonlijke optreden. Ik herinner me nog haarscherp de eerste ontmoetingen op het Stadhuis toen me gevraagd werd om als opvolger zitting te nemen in de raad. Ik was er niet happig op. Ik voorzag dat ik als tegenstander van de polarisatiestrategie, als medestander van Max van der Stoel en als voorstander van de plaatsing van kruisraketten in de partij lokaal en landelijk geen populaire mening verkondigde en omstreden was. Het was Ypke die me de garantie gaf dat ik kon dwarsliggen (dat was het destijds nog), die me deed besluiten ja tegen het raadslidmaatschap te zeggen en hij heeft zich in de jaren daarna aan z’n woord gehouden. Het heeft hem soms moeite gekost – ik denk bijvoorbeeld aan het behoud van het Zuiderpark, de redding van de parkeerbak onder het huidige UMCG en het verschil van mening over de  cultuurnota. Ik sprak hem op zijn gedrag in de raad ook wel eens aan. Dat was soms volstrekt onproductief en gezien de machtsverhoudingen in de raad was het onnodig vijanden te maken maar zijn strijdlust overtrof vaak begrip, laat staan tolerantie. M’n reactie bleef overigens zonder resultaat. De verschillen hebben onze verstandhouding niet in de weg gestaan. We waren evenwel geen vrienden. Ik heb nooit vriendschappen in de partij gezocht; al vanaf 1970 niet toen ik in de afdeling Groningen van de PvdA betrokken werd en ik zocht ook geen vriendschap met hem – als hij er al prijs op gesteld had. Ik bezocht ook niet de gelegenheden waar daarop gedronken werd – om de bedoeling van die samenkomsten in De Sleutel en De Wolthoorn daarop maar te houden. Hij was voor mij wel een kameraad en dat is hij gebleven. Het was bijzonder in z’n nabijheid te verkeren - en van nu af aan: te hebben mogen verkeren.

 

 

 

Wijlen Harry Huizing, speechwriter ten  provinciehuize en toneelschrijver heeft een stuk over Ypke geschreven. Er is, jaren geleden inmiddels, geprobeerd het opgevoerd te krijgen maar de (lees)uitvoering liep stuk op de bekostiging. Het zou aardig zijn het als eerbewijs voor beide nog eens op de planken te krijgen!     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-320 --- 11 maart 2013

 

Ypke Gietema overleden. Zijn dood was onvermijdbaar geworden en nu hij er niet meer is, komt het contact met hem in een ander licht te staan. Als hij tot voor enige maanden in het café bij me informeerde of ik nog lid van de partij was, en ik dat bevestigde, bevestigde hij dat op mijn vraag aan hem, ook. We deelden wel onze twijfels. Ik had eerder de afwijzing van het Groninger Forum met hem gedeeld. Toch waren het na  zijn vertrek als wethouder al met al weinig momenten waarop we elkaar spraken. Voor een vrijwel permanente omgang met hem moet ik terug gaan naar de jaren 1985-92 toen ik in de gemeenteraad van Groningen zat. Het waren weliswaar de laatste zes jaar van zijn wethouderschap maar wel veruit de belangrijkste.

 

Hij was degene die in het midden van de tachtiger jaren onderkende dat de werkloosheid in Groningen zich dramatisch ontwikkelde. Een op de vier die kon werken, was werkloos. Het roer moest om en het ging om met het Structuurplan van 1987. De vijf jaar daarna hebben de basis gelegd voor een forse groei van de bedrijvigheid en de werkgelegenheid. Van destijds nog geen negentigduizend banen tot vandaag de dag honderddertigduizend. Voor mij staat hij vooral voor de A van de PvdA en niet van architectuur – hoewel de beelden daarvan in de documentairefilm Ypke nog altijd fascinerend zijn.

 

Dat werkgelegenheidseffect is ondergesneeuwd onder de vele ontwikkelingen die in gang werden gezet … en door zijn persoonlijke optreden. Keuzen, soms hardhandige keuzen in stedenbouw en architectuur, in volkshuisvestingsplannen, ruimtelijk-economische planning en de herhuisvesting van culturele instellingen hebben op vele plekken in de stad hun sporen nagelaten. Ze tonen het andere aanzien van de stad en de standing  die zij ermee verwierf. Toen ik zondagochtend van zijn dood hoorde heb ik m’n boek over m’n raadslidmaatschap Omzien en niet vergeten weer eens opgeslagen. De vele pagina’s die aan zijn beleid zijn gewijd tonen zijn greep op de ontwikkeling van de stad.

 

Die pagina’s geven ook een beeld van zijn persoonlijke optreden. Ik herinner me nog haarscherp de eerste ontmoetingen op het Stadhuis toen me gevraagd werd om als opvolger zitting te nemen in de raad. Ik was er niet happig op. Ik voorzag dat ik als tegenstander van de polarisatiestrategie, als medestander van Max van der Stoel en als voorstander van de plaatsing van kruisraketten in de partij lokaal en landelijk geen populaire mening verkondigde en omstreden was. Het was Ypke die me de garantie gaf dat ik kon dwarsliggen (dat was het destijds nog), die me deed besluiten ja tegen het raadslidmaatschap te zeggen en hij heeft zich in de jaren daarna aan z’n woord gehouden. Het heeft hem soms moeite gekost – ik denk bijvoorbeeld aan het behoud van het Zuiderpark, de redding van de parkeerbak onder het huidige UMCG en het verschil van mening over de  cultuurnota. Ik sprak hem op zijn gedrag in de raad ook wel eens aan. Dat was soms volstrekt onproductief en gezien de machtsverhoudingen in de raad was het onnodig vijanden te maken maar zijn strijdlust overtrof vaak begrip, laat staan tolerantie. M’n reactie bleef overigens zonder resultaat. De verschillen hebben onze verstandhouding niet in de weg gestaan. We waren evenwel geen vrienden. Ik heb nooit vriendschappen in de partij gezocht; al vanaf 1970 niet toen ik in de afdeling Groningen van de PvdA betrokken werd en ik zocht ook geen vriendschap met hem – als hij er al prijs op gesteld had. Ik bezocht ook niet de gelegenheden waar daarop gedronken werd – om de bedoeling van die samenkomsten in De Sleutel en De Waldhoorn daarop maar te houden. Hij was voor mij wel een kameraad en dat is hij gebleven. Het was bijzonder in z’n nabijheid te verkeren - en van nu af aan: te hebben mogen verkeren.

 

 

 

Wijlen Harry Huizing, speechwriter ten  provinciehuize en toneelschrijver heeft een stuk over Ypke geschreven. Er is, jaren geleden inmiddels, geprobeerd het opgevoerd te krijgen maar de (lees)uitvoering liep stuk op de bekostiging. Het zou aardig zijn het als eerbewijs voor beide nog eens op de planken te krijgen!     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-319 --- 9 maart 2013

Bij het lezen van Stiglitz’ The price of inequality realiseerde ik me weer hoe rechts het Europese financieel-economische beleid is. Stiglitz staat in dit opzicht niet alleen. In El Pais van 23 februari stonden de opvattingen van tien economen van wereldfaam (o.a. Krugman en de Grauwe) die het beleid van Eurocommissaris Rehn volstrekt afwezen.

Als het gaat om de beheersing van de nationale begrotingen die zoals bekend gebonden zijn aan een maximaal tekort van drie procent, komt Stiglitz  - weliswaar voor de Amerikaanse overheidsfinanciën, maar zoveel verschillen die in de kern niet van die van de Europese landen – met een aantal voorstellen die vloeken in de rechtse kerk.

Verhoging van het toptarief van de inkomstenbelasting, beëindiging van de subsidiering van het bedrijfsleven, bedrijven belasten die niet investeren en banen schrappen, belasting heffen op vervuiling, de inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen ten goede aan de overheid laten komen en scherpere inkoop van goederen door de overheid waar nu sprake is van overbetaling zijn de belangrijkste maatregelen die hij noemt. Ik laat achterwege welke argumentatie ertegen wordt gevoerd – die hij weerlegt overigens. Het is natuurlijk een regelrechte aanval op wat gangbaar beleid is. Niettemin biedt zo’n overzichtje ook voor Europa een handvat om te handelen. Het is mogelijk de overheidsfinanciën houdbaar te maken, de ongelijkheid te bestrijden en naast de onderklasse de middenklasse te beschermen.

Je moet het wel willen, maar rechts Europa wil dat niet en links is te zwak en niet moedig genoeg.

 

 

 

Alle dieren zijn gelijk-318 --- 7 maart 2013

Oud-senator Noten heeft tot de interne democratisering van de PvdA een poging gedaan met een rapport. In een discussie leek het er op dat de interne democratisering het antwoord is op die neergang , de langzame teloorgang van de traditionele politieke partijen – kort en krachtig aangegeven door Voerman van het Documentatiecentrum van de politieke partijen van de RuG.

In real time on line meedoen aan de besluitvorming en het tegelijkertijd zoeken van stevige steun om op een congres mee te kunnen spreken, bevorderen (misschien) een helderder besluitvorming en een betere koersbepaling, alleen de spanning die er bestaat tussen leden en leider/leiding, blijft, zeker als de leider door de leden direct is verkozen. Die beroept zich daarop als hij eigen keuzen maakt. Botsing van opvatting ligt op de loer. Die spanning wordt door een andere procedure niet weggenomen.

Harbers – vaak gespreksleider van debatcentrum  Dwarsdiep – wilde het dualisme bevorderen; nu ontbreekt de kritische reflectie maar al te vaak en wordt zelfs door de leiding niet gewenst geacht. Daarbij komt, stelt hij, dat de rol van de politieke partijen in de democratie veranderd is; andere deelnemers spelen er een rol in.  Hoe verhoudt zich deze verplaatsing van de politiek tot de interne democratisering, vroeg hij zich. Welke buitenparlementaire coalities zijn er?

Voor mij is de vraag of je in een vertegenwoordigende democratie politieke partijen op een andere basis kunt, zou moeten, organiseren. De representatie wordt toch wel min of meer aangetast door de pogingen tot directe democratie uit het rapport.

Ikzelf houd niet erg van de focus op de top van de partij. De basis vormt volgens mij de lokale gemeenschap waar problemen opgelost moeten worden en waarop een partij moet inspelen met oplossingen. De medestanders daarvoor te mobiliseren is de belangrijkste opgave. De grondslag daarvoor is de sociaal-democratische gezindheid. Zonder zingeving is er geen vormgeving. Dat hoeft niet perse binnen partijverband. Je ziet op dit moment allerlei vormen van zelforganisatie van burgers opkomen die zich verzetten tegen bestaande instituties. Daarop kan aangesloten worden. Het is een democratische ontwikkeling van onderop, niet afgedwongen aan de top.           

 

Alle dieren zijn gelijk-317 ---  6 maart 2013

Revitalisering van het Rijnlands model - herstel van een sociale markteconomie – is de kern van de opdracht van de sociaal-democratie voor de 21ste eeuw, waarvoor Monika Sie in het essay Van waarde (uitgeverij van Gennep) pleit.

Met Vooruit, een bundel interviews, dit essay en het nog te verschijnen Tegenwicht is het Van waarde project van de Wiardi Beckman Stichting afgerond. Het is de belangrijkste ideologische heroriëntatie van de afgelopen jaren. De WBS kan er niet genoeg voor worden geprezen. Het Van waarde project markeert een omslag.

Het essay kent in z’n opbouw een drieslag: observaties liggen aan de basis, daarna volgen analyse en aansluitend worden de politieke consequenties bepaald. De observaties zijn verzameld in het boek met interviews en ze vormen een waaier van zorgen en dromen van mannen en vrouwen -  niet uit de gehele samenleving; opvallend zijn de afwezige gepensioneerden en jongeren beneden de twintig. Het leven van werkenden staat centraal. Dat is wel weer begrijpelijk voor een partij die arbeid in haar naam voert.

Aan de dagelijkse observaties worden analyses verbonden. Gevoed door wetenschappelijk, onderzoek waarvoor van de meest recente gebruik gemaakt is, ontstaat een scherp beeld van wat het goede leven stimuleert en vooral wat het vandaag de dag in de weg staat. Daarop volgt het politieke antwoord. Het is een volstrekt heldere reactie op en afwijzing van het neoliberalisme.

In het essay gaat het om vier centrale thema’s: bestaanszekerheid, goed werk, verheffing en binding. In de beschrijving blijkt hoe zeer de PvdA er van is afgedwaald in de laatste tien, vijftien jaar. Dat is natuurlijk niet leuk voor de partijgenoten die in die jaren voorop gelopen hebben en het is evenmin plezierige lectuur voor de partijgenoten die nu in het parlement en de regering zitten. Als een zaak dit essay duidelijk maakt dan is het wel dat de huidige regeringsdeelname er in veel opzichten haaks op staat.

Medeverantwoordelijkheid in het landsbestuur kan deels als een verontschuldiging gelden om de ideologische heroriëntatie te frustreren, maar de lichtzinnigheid van een tweede keer kan de PvdA zich niet veroorloven. Nu al toont de FNV zich een betere vertegenwoordiging van dit hernieuwde gedachtegoed, met name op het punt van bestaanszekerheid en werk.

Benieuwd ben ik naar de voortgang van het project in de politieke  praktijk. Ik mag aannemen dat de Tweede Kamerfractie niet om de pertinente afwijzing van het neoliberalisme zit te springen, zij moet immers met de VVD verder. Teleurstelling op z’n minst zal de WBS daar ten deel vallen. Voor mij en ik denk voor veel leden daarentegen is dit project een verademing. Doorslaggevend voor de voortgang van het project is de opstelling van het hoofdbestuur van de PvdA. Dat er discussies met de leden zullen plaats vinden, is hoopgevend. Maar er is meer nodig; het hoofdbestuur moet er achter blijven staan. Op de lange termijn staat er meer op het spel dan de huidige regeringsdeelname.          

Nadat ik dit geschreven had, verscheen de NRC met een verslag van een bijeenkomst in Enschede waar over het project gediscussieerd was. Mijn oordeel loopt aardig in de pas met dat daar. 

 

 

 

    

Alle dieren zijn gelijk-316 --- 5 maart 2013

De laatste middagen met Teresa van Juan Marsé uitgelezen. M is een Catalaans schrijver die beroemd is in eigen land maar hier vrijwel onbekend is. Zijn boek gaat over de omgang van een jongen uit een Barcelonese volkswijk met een studente van rijke afkomst. Interessante psychologische tegenstellingen worden op een genuanceerde manier uitgediept en toch stoort me iets aan de geschiedenis van de ontwikkelingsgang van de twee adolescenten.

Het verhaal begint in de zomer van 1956 en deze nadrukkelijke datering speelt me parten in m’n oordeel over het boek. Twintig jaar eerder is de Burgeroorlog begonnen en Franco zit vast in het zadel. Het studentenmilieu waarin de studente zich beweegt, rebelleert weliswaar maar de rebellie lijkt meer op een spel dan dat het ernst is, is meer theoretisch dan activistisch, lijkt gratuit. Wat me stoort is dat het alles overheersende bewind van Franco het handelen  van de hoofdpersonen nauwelijks raakt en dat lijkt me onbegrijpelijk.

Maar … mag je een boek op grond van buitenliteraire criteria beoordelen? Eigenlijk niet, vind ik, maar het blijft jammer. Voor mij is het een tekortkoming dat de maatschappelijke omstandigheden - waar 1956 toch op doelt -  zo weinig in het verhaal aan bod komen.

Dat het anders kan, bewijst  Antonio Muñoz Molina in De nacht der tijden dat twintig jaar eerder speelt. Het begin van de Burgeroorlog speelt daarin een grote rol maar hier treft mijn kritiek het plezier, misschien wel de wellust die de schrijver heeft in z’n uitbundige beschrijvingen. Voor mijn gevoel houden ze het verhaal tegen. Het boek dat m’n kritiek op deze twee romans ondervang is van de Catalaanse schrijver Jaume Cabré  De stemmen van de Pamano. Ik vind dat boek het beste van de drie.

De verwerking van het verleden blijft een belangrijk onderwerp in de literatuur. Dat geldt niet alleen voor de Spaanse literatuur naar vooral voor de Duitse en Oost-Europese. De Nederlandse traditie is wat dat betreft wat schraal hoewel de Tweede Wereldoorlog nog steeds werk oplevert. Onze oorlog in het voormalige Nederlands-Indië heeft daarentegen tot weinig romans geleid. We kunnen ons wel gelukkig prijzen met werk van historici en nonfictieschrijvers die de omissie deels goed maken en tegenwicht bieden aan onze binnenhuisliteratuur.     

 .

 

 

Alle dieren zijn gelijk-315 --- 5 maart 2013

De Zwitsers hebben middels een referendum de graaiende managers op hun nummer gezet. Voor het parlement een duidelijk signaal met wetgeving te komen die paal en perk stelt aan bonussen, komst- en vertrekpremies. Maar dan hier.

In de bankwereld is het zelfreinigend vermogen niet erg groot en dat is ook geen wonder want de draaideur maakt het mogelijk van plaats te verwisselen en buitenstaanders buiten de deur te houden. Het offensief tegen veranderingen wordt onverminderd voortgezet. Al heeft ons land nu twee genationaliseerde banken, nog steeds is een splitsing van een van de twee in een nutsbank en een zakenbank onmogelijk. De Rabobank denkt dat zo´n splitsing renderend bankieren onmogelijk maakt (en vergeet daarbij dat z´n gokproducten grote verliezen hebben opgeleverd.) Liever dat dan weer voor de keuze komen te staan om een bank te redden. De beloning van slecht gedrag  lijkt kennelijk een voorwaarde voor het voortbestaan van de sector. Nog steeds is het besef niet doorgedrongen dat onze financiële sector te groot is voor onze economie en dat verklaart ook de afkeer voor het karakteriseren van ons land als belastingparadijs De Zwitsers zijn er meer van doordrongen dan wij dat de schoonmaak moet doorgaan.

 

Rutte-2 is een gedoogkabinet. Dat dat sukkelen betekent, mag duidelijk zijn. Na de zorgpremieopstand en het aangepaste woonbeleid, ligt nu het sociale leenstelsel onder vuur. Wiegel denkt dat als je de coalitie uitbreidt dat ophoudt. Laten we er van overtuigd zijn dat het gesukkel zich van buiten naar binnen verplaatst. We zitten vier jaar aan het gedogen en het gesukkel vast want bij voortijdige verkiezingen slaat de electorale versnippering stevig toe en dat heeft een nog heviger weerslag op het beleid. Daar schieten we niks mee op. Ik zie meer in de inbreng van de sociale partners. Die kunnen meer rechtbreien dan een derde coalitiepartner. Het betekent wel dat de PvdA die bij de formatie al inleverde, een veer moet laten. Gecorrigeerd worden door de vakbeweging is voor die partij niet leuk … Jongerius ziet, in een interview in de NRC, de PvdA bijdraaien …

 

Alle dieren zijn gelijk-314 --- 4 maart 2013

Wat zou de gemeentebestuurders van Groningen nu het hardst hebben geraakt: de gemeentelijke herindelingplannen van de commissie of het indirecte verwijt van incompetentie van hun bestuur? Het was een hard rapport, zei een van de burgemeesters.

Wat mij het mest opviel was het bestuurlijk perspectief van waaruit geredeneerd werd; hoe kunnen we toekomstige bestuurlijke taken effectief en efficiënt uitvoeren? Het is een aanbod- filosofie waarin de vraag niet expliciet aan de orde komt. Wat willen burgers? Afgaande op de interviews in Vooruit -een uitgave van de Wiardi Beckman Stichting- lopen veel mensen stuk op instituties, waaronder overheden. Dat roept om beantwoording van de vraag hoe inspraak, medezeggenschap en democratie vormgegeven worden. De lokale democratie werkt nu al vaak vervreemdend en hoe zal dat in de toekomst zijn?

Een zinvolle, want functionele, indeling gaat voorbij aan provinciegrenzen. Voor de economische kernzone die de regio Groningen-Assen vertegenwoordigt, lag een hergroepering van de gemeenten in die zone voor de hand, waarbij aan de noordkant de stad Groningen de kern vormt en aan de zuidkant Assen. Bij zo’n functionele groepering zouden grenzen van  sommige, huidige gemeenten ook aangepast moeten worden; dat geldt niet alleen voor gemeenten langs de Drents-Groningse grens. Dat levert een andere ruimtelijke indeling op dan de commissie voorstelt, zonder dat het getalscriterium daaronder erg hoeft te lijden.

Het venijn van de operatie zit in de staart van het proces. Der Teufel steckt in de Einzelheiten; dan gaat het om de details als de personele bezetting, de plaats van gemeentehuizen, enzovoorts, enzovoorts.

En ten slotte: weinig grote gemeenten verkeren in een andere positie ten opzichte van het huidige provinciale bestuur dan veel kleine.Dat zal een veer moeten laten en ook dat zal moeizaam gaan.

Het totaal beeld is dan wat anders dan een ingekleurde kaart van de provincie! 

 

Alle dieren zijn gelijk-313 --- 3 maart 2013

Ik schreef na het uitbreken van de bestuurscrisis in de stad Groningen dat de financiële positie van de stad eerst verhelderd moest worden voor een nieuw college zou aantreden. Dan kon je beleidsdoelen vaststellen. Dat gebeurde niet. Later schreef ik dat de ene na de andere financiële tegenvaller gemeld zou worden en dat gebeurde weer wel. Het ging in het bijzonder om afboekingen op het grondbezit maar ook op onroerend goed; daaronder vallen ook parkeergarages waarvan de exploitatie niet beheersbaar is. Te verwachten is dat bij een krimpend overheidsapparaat er te veel kantoorruimte zal zijn en dan spreek ik nog niet over de gevolgen van de aangekondigde herschikking van sociaal-culturele gebouwen. Kortom van de afboekingen is de gemeente nog lang niet af. Het is nu nog een voorspelling maar de tijd doet zijn werk.

In de NRC van 3 maart staat een artikel onder de kop Grote gemeenten zitten in de mangel waarin de financiële sores van twintig grote gemeenten in kaart zijn gebracht. Gedeelde smart mag dan halve smart zijn, de pijn wordt er niet geringer door maar het is voor Groningen wel bijzonder pijnlijk dat waar het om het opvangen van risico’s gaat, de stad op de negentiende plaats staat. Mijn voorspelling wordt dan wel erg onheilspellend. – zeker als ik er de woorden van de hoogleraar Allers er bij betrek: ‘Het is bijna niet te zien wat voor vuil er onder de cijfers zit.’ In elk geval is de mededeling van het vorige college dat het financiële toekomstperspectief gunstig was een sprookje gebleken. 

Er is door de NRC een aantal wethouders in den lande gevraagd hoe zij de toekomst zien. Somberheid is troef. Instellingen verdwijnen, onderhoud van de openbare ruimte neemt af en verval treedt op. Jammer dat er geen Groningse wethouder naar zijn of haar mening is gevraagd. Klaarheid over wat hier gaat gebeuren blijft dus nog even uit.    

Er ontbreek kennis en inzicht –zeker bij mij – over de omvang van het gemeentelijke bezit aan grond en gebouwen waaraan de bulk van risico’s wordt toegeschreven. Ik heb alleen enige kennis van de gebouwensituatie in de cultuursector. Zoveel is duidelijk dat het daarmee niet goed gesteld is. Het casco van de Schouwburg moet onder handen worden genomen en de grote zaal van het cultuurcentrum de Oosterpoort aangepast voor het gebruik als concertzaal voor zowel klassieke als popconcerten. Het zijn weliswaar eenmalige uitgaven maar ze kunnen niet uit de exploitatie gefinancierd worden.

De exploitatie van de gehele cultuursector is trouwens een probleem waarvan naar het lijkt alleen de culturele instellingen zich grote zorgen maken. Niet alleen de kleine maar ook grote zoals het museum en Martini Plaza. Dat allemaal maakt het ook zo schrijnend dat de gemeente vasthoudt aan het Groninger Forum, waarvan tot de bouw is besloten weliswaar maar waarvan de inhoud nog steeds niet meer is dan de bundeling van een aantal bestaande instellingen – waarvoor op zich nooit noodzaak tot verhuizing heeft bestaan. De rechtvaardiging van de extra gelden daarvoor is langzamerhand vervallen als ze al ooit heeft bestaan. Ik verwijs daarvoor naar mijn ingezonden stuk in het Dagblad van het Noorden in januari 2010. De vrijval van het exploitatiebudget zou de pijn in de cultuursector aanmerkelijk verzachten, ook als het gaat om het afdekken van ingrepen in de schouwburg en de Oosterpoort. De wethouder van cultuur kan als buitenstaander, niet belast door een verleden,   

onbevangen schoon schip maken. Een gouden kans om zijn plotselinge verschijnen in de stad te rechtvaardigen, dunkt me. Zo heeft dit sombere verhaal ten slotte toch nog een positief einde.    

      

Alle dieren zijn gelijk-308

Het was een grote verrassing na afloop van de afscheidsbijeenkomst van Herman Verbeek diens autobiografie te ontvangen. Ik heb de boeken waarin ik aan het lezen was, aan de kant gelegd en heb Hermans Toen daalde de duif de voorkeur gegeven.

Het risico dat aan een autobiografie zonder vermelding van bronnen kleeft, is dat controle moeilijk wordt. Ik geloof, Herman Verbeek kennende, hem op zijn woord maar het is toch te hopen dat er lezers komen die gaan recenseren om het beeld te bevestigen, aan te vullen of tegen te spreken!

De herinneringen zijn openhartig, bevatten onthutsende en zelfs ontluisterende naast enthousiasmerende en stimulerende delen. Herman Verbeek verliet in een moeizaam proces de Katholieke Kerk om in religieus opzicht in een eigen gemeenschap onderdak te vinden. Met deze levensbeschouwelijke wijziging gaat een wereldbeschouwelijke gepaard. Naast de dogma’s die hij verliest en waarvan hij zich bevrijdt, treedt een politieke radicalisering op en komt er deels voor in de plaats. Het lijkt alsof de fanatieke afwijzing van het een gevolgd wordt door een even fanatieke acceptatie van het ander. Misschien kan dat ook niet anders bij iemand die van jongs af aan zo doordrenkt is van geloof. Ik ben niet in staat noch voel ik me geroepen over Hermans levensbeschouwelijke heroriëntatie te oordelen – ik ben een vreemde in geloofszaken – des te meer over zijn politieke voorkeur, die voor velen een verkeerde voorkeur is (gebleven), maar vooral over de opstandige inzet waarmee hij naar buiten is getreden. Het zijn niet alleen zijn politieke opvattingen maar vooral de zeer persoonlijke inzet die mij bijzonder aanspreken.

De keren de afgelopen jaren dat we elkaar spraken passeerden onderwerpen die nu in een bredere context geplaatst worden en het begrip ervan verdiepen. In grote lijnen nieuw voor me is de beschrijving van zijn jeugd waarin, af en toe schrijnend, een overmaat aan onvermogen en verdriet doorklinkt.

Herman heeft het hoofd door het halster gekregen – om een term te gebruiken uit zijn verleden in de paarden- en ruitersport  waarvan ik niets wist – en zichzelf geëmancipeerd.

In kerk en samenleving was Herman vaak een roepende in de woestijn – met dit verschil: dat hij riep vanuit een zelf mede ingerichte oase, hoe klein ook, waaruit hij kracht putte.

In de afscheidsbijeenkomst was ik het meest benieuwd naar de toespraak van bisschop De Korte - Hermans moeizame omgang met het kerkelijk leergezag en gezagsdragers kennende en omgekeerd: hun verhouding tot hem. Kritiek en waardering vielen Hermans tegenstem deel in een betoog waarin empathie doorklonk. Het was gedenkwaardig als je bedenkt dat Herman door de voorganger van De Korte volstrekt genegeerd werd …

 

 

Alle dieren zijn gelijk-307

Nu gaat het nog vooral over de SNS Bank maar de aandacht verschuift langzaam maar zeker naar alle banken en de vraag wordt onontkoombaar nu het de tweede bank is die gered moet worden: hoe het systeem in te richten. In de systeemcrisis die gaande is, willen de banken de vrijheden die ze altijd hadden niet opgeven.

Maar maatregelen worden aangescherpt en regels langzaam maar zeker herschreven. De banken zijn een blok aan het been voor een gezond economie geworden. De overgang naar een aan de economie – en de politiek – ondergeschikte rol zal nog wel even duren maar die weg is opgegaan.

Een kleine, maar opmerkelijke stap daarin is het optreden van Dijsselbloem, de minister van financiën, die aan de constatering dat de lonen in de banksector uit de pas lopen, de uitspraak verbindt dat die versoberd moeten worden. Let wel: het is niet de minister van sociale zaken die spreekt. Aan de laatste de taak om met de sociale partners het gesprek over het loongebouw te voeren. Toen het kortgeleden over demotie ging was het evenmin die minister die daarbij betrokken was. Bij de banken zullen de lonen van de lagere echelons hoogstwaarschijnlijk niet veel afwijken van wat er in vergelijkbare functie elders wordt verdiend maar het midden- en hogere kader raakt de versobering wel.

Het optreden van de minister is ook een teken dat de crisis nog lang niet voorbij is. Na de verlaging van de uitgaven voor de sociale zekerheid liggen nu de lonen onder vuur. Interessant wordt daarbij de opstelling van de vakbeweging. De werkgevers zullen er weinig moeite mee hebben, de werknemers wel. Zij weten hoe in Zuid-Europa de gevolgen van de crisis afgewenteld worden. De vraag is of de vakbeweging zich alleen maar bezighoudt met de traditionele belangenbehartiging van haar leden en de weg van het activisme opgaat of politiseert dwz het overleg niet alleen met de werkgevers maar ook met de minister van sociale zaken voorzet om tot een vergelijk te komen dat meer dan de eigen belangen dient.

De versobering van allen die de eerste komende jaren onontkoombaar is vergt de aantasting van bevoorrechte deelbelangen.

 

Minister Blok moet met de steun van oppositiepartijen zijn plannen voor het dossier wonen uitvoeren. Hij zal niet de eerste en laatste minister zijn die steun buiten de coalitie moet zien te verwerven. Nog voor de vorming van het Kabinet waarschuwde senator Noten voor die afhankelijkheid. Opvallend was wel dat Blok het er een beetje op liet aankomen en pas op het allerlaatst in overleg trad. De volgende minister weet nu dat hij of zij het anders moet aanpakken. Een leer voor de volgende keer dus. Maar als je bruggen wilt slaan hoeft dat geen probleem te zijn, niet waar?

Door de steun van de oppositie is het Kabinet wel een gedoog-Kabinet geworden. De interessante vraag is dan wel met welke gedogers het kabinet het beste uit is. Het CDA heeft geen compromis met Blok kunnen sluiten en nu dat wel gelukt is met D66, de CU en de SGP zal men bij het CDA moeten inzien dat men z’n hand overspeeld heeft en dat speelt de partij ongetwijfeld parten in de volgende zaak. Inschikkelijkheid dan kan gemakkelijk als opportunisme uitgelegd worden. Dat is voor een partij die nog altijd naar  zichzelf op zoek is, geen aangenaam vooruitzicht. Voor het Kabinet evenmin, want met drie in plaats van een oppositiepartijen onderhandelen gaat toch wat moeizamer. De vaart gaat uit het beleid; het wordt sukkelen. Dat had Rutte zich vast anders voorgesteld.       

 

 

Alle dieren zijn gelijk-306

De CITO toetsen zijn weer afgenomen en na het meten is weten volgt over enige tijd het discrimineren: als je twaalf bent, wordt je verdere schoolloopbaan vastgelegd. Niet alleen dat uitstel van schoolkeuze niet mogelijk is, mocht je daarna zittenblijven dan ben je te hoog ingeschaald en moet je afstromen naar wat in het dagelijkse taalgebruik heet: een lager schooltype. Dat kinderen onderling verschillen mag duidelijk zijn; en dat er verschillen zijn aan het einde van een schoolloopbaan ook. Dat een kind recht heeft op een eigen, individuele ontwikkelingsgang  wordt echter ontkend. Zittenblijven en stapelen van opleidingen wordt tegengegaan. Uitwijken naar het speciaal onderwijs belemmerd. Niet dat het alleenzaligmakende manieren zijn om aan die individuele gang  tegemoet te komen maar ze zijn vele malen de voorkeur te geven boven de rigoureuze regulering die opgeld doet. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het voortvloeit uit de opdracht de kosten van het onderwijs te beheersen. In plaats van kinderen daarvan de dupe te laten worden, kun je beter de kosten van de toeters en de bellen van schoolbesturen enzovoorts, enzovoorts reguleren en maximeren. Laat het besluit over de omvang daarvan over aan de scholen gezamenlijk. De professionals daar weten uiteindelijk het beste wat het beste is voor het individuele kind en de kinderen in het algemeen.          

 

De Februari Boekhandels in Nederland, waarvan in Groningen Boekhandel Godert Walter de enige is, geven dit jaar van Jan Brokken Verre metgezellen uit. Brokken vertelt over August Willemsen en Tip Marugg en hij doet dat liefdevol. Marugg is mij erg dierbaar. Al is wat Brokken vertelt voor een deel bekend, hij voegt toch weer iets toe. Al was het alleen al dat je iets deelt met iemand die ook enthousiast is.   

 

 

Alle dieren zijn gelijk-305

De zakelijke kanten van de aardbevingen in Noord-Groningen zijn nu wel in kaart gebracht: de schromelijke onderschatting van de ernst en zelfs de opzettelijke verwaarlozing ervan. De regering en de NAM moeten wat doen waar ze eigenlijk geen zin hebben gezien hun wegkijken in het verleden. De houding van de noordelijke autoriteiten leek eendrachtig en eenduidig tot de roeptoeter uit de stad Groningen weer zo nodig moest bewijzen dat hij echt Calimero in bestuurlijk Noord-Nederland is. Maar dit is meer een terzijde. Mij gaat het om de volstrekte onzekerheid waarin de bewoners in Noord-Groningen verkeren en het volstrekte verlies aan vertrouwen in de rijksoverheid. Een minister die zelf uitspreekt dat er doden kunnen vallen kan zo’n uitspraak niet doen zonder grondig geïnformeerd te zijn. Het wachten op de uitkomsten van onderzoeken terwijl het staatstoezicht voor de mijnbouw volstrekt eenduidig adviseert, houdt in dat de schuldvraag al beantwoord is voor de ramp echt plaats vindt. Daar kan niemand met zijn verstand bij en dat de bewoners zich emotioneel volstrekt  in de kou gelaten voelen, is het allerergste wat hen kan overkomen. Have en goed kunnen vergoed worden maar het vertrouwen nauwelijks meer hersteld als je bijna getraumatiseerd bent.      

 

Groningers in het landelijke nieuws, dat gebeurt niet zo vaak. Het overkwam Alders in De Groene die een dossier wijdde aan de energievoorziening. Alders is opperhoofd van de lobby van de stroomboeren en heeft daarmee zoveel succes dat de energietransitie er tien jaar  door vertraagd wordt. Een ander kopstuk – Calon – van Aedes, de koepel van de woningbouwcorporaties, wilde in De slag om Nederland van de VPRO televisie niet verschijnen. De interviewers voelden zich afgescheept, brachten z’n portret in beeld en lichten z’n cv. Z’n vergoeding bij Aedes, omgerekend naar een volle baan, ligt boven de Balkenendenorm. Dat is aardig om te weten. De enige uitzondering op deze verrassingen is CdK Van den Berg die opkwam voor de bewoners van het rampgebeid Noord-Groningen door voor een fonds van een miljard te pleiten.

De nieuwste wethouder van Groningen, Istha, moest het doen met een interview in het Dagblad van het Noorden. Hij vertelde dat hij druk bezig was met de invulling van het Groninger Forum. Dat is rijkelijk laat natuurlijk maar je kunt geen beter bewijs van de omgekeerde wereld hebben – eerst een gebouw en dan de invulling -  dan dat van een buitenstaander. Hulde dus voor deze bestuurlijke openhartigheid!           

 

 

Alle dieren zijn gelijk-304

Een bezoeker komt recent in een van de noordelijke gemeentehuizen aan de balie met een duidelijke vraag. Als via een telefonische afhandeling van een vraag - toets 1, toets 2 enzovoorts – komt hij uiteindelijk bij de zevende ambtenaar terecht die hem te woord kan staan. Het werd me onlangs verteld en ik moet er aan denken nu er weer over een gemeentelijke herindeling wordt gesproken. Weer – want het is eerder gebeurd en de bovengenoemde balie is daarvan het gevolg. Het leidde tot een golf van reorganisaties met alle functionele (en rechtspositionele) gevolgen van dien en daarvan niet alleen: een reeks nieuwe gemeentehuizen werd gebouwd. En nooit werd de burgers gevraagd of de dienstverlening verbeterd was. Weer gaat het om een zogenoemde betere dienstverlening: er komen meer taken op de gemeenten af en die moeten effectief en efficiënt uitgevoerd worden. Mijn vrees is dat je in de toekomst bij de veertiende ambtenaar terecht zult komen. Een volstrekt veronachtzaamd gevolg ten slotte is dat de overheid op nog grotere afstand van de burger komt te staan. De vervreemding slaat toe. En navenant neemt het aantal klachten toe. Natuurlijk is het een overheid die als altijd voor het volk werkt maar de band tussen bestuur voor het volk en dat door het volk verdwijnt uit het zicht. De democratische legitimatie wordt steeds geringer.

Hoe de democratie te dienen staat ook niet aan het begin van de nu door het Kabinet ingezette kampanje om landsdelen te vormen. Provincies dienen daarvoor samen te gaan. Ook bij deze plannen gaat het niet om de democratische legitimatie.Dezelfde bedrijfskundige criteria als bij de herindeling van gemeenten zijn doorslaggevend. Er moet meer met minder geld. De gevolgen zullen als bij de gemeentelijke herindelingen zijn.

Als iets echter de overheid in diskrediet brengt dan is het wel deze economistische benadering waarbij bovendien de gedachte meespeelt dat de markt beter functioneert dan de overheid. We kennen, dunkt me, de jammerlijke gevolgen van de twintig jaar geleden ingezette privatiseringen en verzelfstandigingen. Nutstaken - het beheren van public goods – zijn kerntaken van de overheid. Ze moeten weer uit de markt gehaald worden. Voor een fatsoenlijk functionerende samenleving ligt uitbreiding van die taken zelfs voor de hand. En dan niet bezuinigen maar investeren.

Wat het Kabinet wil staat er haaks op.               

 

Alle dieren zijn gelijk-303

Herman Verbeek overleden; de rouwkaart was bij de post.

Zijn behoefte zich te verantwoorden ging gepaard met grote bezorgdheid over de aarde en de mensen. De hemel had voor hem afgedaan. Wel was het opmerkelijk dat terwijl hij de kerk vaarwel had gezegd, hij niet kon nalaten er steeds over te spreken. Hij was bezig met een groot werk waarin het zingevingvraagstuk centraal stond. Is het afgekomen? Staat het op papier? Hij inspireerde tot nadenken en rekenschap af te leggen. In die zin was hij een vrije geest. En nu is deze opstandige en beminnelijke man er niet meer.  

 

Het opmerkelijkste in het Kamerdebat over de Fyra - de hogesnelheidstrein tussen de Randstad en Brussel – was niet dat het na alle eerder geopenbaarde tekortkomingen weer mis ging; het was de miscommunicatie op het departement die onthullend was. Het is niet het eerste ministerie waar bewindslieden en de vierde macht geen aaneengesloten front vormen en het zal ook wel niet het laatste zijn. Het is wel de eerste keer dat het disfunctioneren van een ministerie publiekelijk zo uitvoerig bekend wordt.

De gevolgen ervan worden in de eerste plaats vertaald in termen van een verslechtering van de omgang van bewindslieden en ambtelijk apparaat. Wat (nog?) niet aan de orde komt is dat er uit blijkt dat de kwaliteit van de overheidsorganisatie onder druk staat. De nagestreefde verkleining ervan, gepaard gaande met bezuinigingen, geheel passend binnen een neoliberale agenda, wordt contraproductief. Er is meer dan ooit een sterke overheid nodig om collectieve maatschappelijke doelen te bereiken: op tal van terreinen laat de overheid steken vallen en wordt de kwaliteit van de samenleving aangetast.

Het is niet alleen zichtbaar bij de nationale overheid; ook  bij de provinciale en de lokale overheden zie je krimpende organisaties en verslechterende aandacht voor en dienstverlening aan de burgers.

Dat wordt nog eens een keer verergerd door de voorgenomen gemeentelijke herindeling en de plannen tot opdeling van het land in landdelen waarbij de provincies komen te vervallen. De vraag naar de democratische legitimatie ervan wordt nauwelijks gesteld; varianten van de dienstverlening door de overheden worden niet ontwikkeld. Economische criteria als efficiency en effectiviteit zijn doorslaggevend terwijl bij vrijwel alle vormen van schaalvergroting de ellende niet is te overzien en aan die criteria niet werd voldaan. .    

In de stad Groningen waar ook op de ambtelijke organisatie bezuinigd wordt, zal tegelijkertijd de opzet ervan veranderen. De eerste symptomen dat dat niet goed gaat, worden nu publiek. 

Het lijkt er op dat de overheid zelf een hoofdpijndossier van de eerste orde is.   

 

Het is opmerkelijk hoe groot de verontwaardiging is over wat er bij de SNSBank gebeurde. Bij alle financiële ellende is dat verheugend. Die gevoelens tonen dat er een breed gedeelde opvatting is over wat kan en wat niet kan. Het is nu aan de politiek om orde op zaken in de bankwereld  te stellen. In Buitenhof zat een minister van financiën die ervan doordrongen was dat er gereguleerd moet worden..